Avondexcursie Biesbosch

Guus Peterse schreef:

© GMD

Zwartkopmeeuw

We hadden dit keer tot een avondexcursie besloten. Waarom, daar kun je je vraagtekens bij zetten want toen het begon te schemeren en het echt avond werd, toen zaten we alweer in de auto terug naar Utrecht. Maar toch, met een gewone dagexcursie hadden we ongetwijfeld dat laatste half uurtje gemist: nog steeds een stralende hemel maar inmiddels voelbare avondkoelte die voelt als een koud glas wijn, of bier zo u wilt, op een warme zomeravond. Achter ons zingt nog altijd af en toe de cetti’s zanger. Voor ons passeren af en toe een of twee lepelaars van de groep van meer dan zestig die zojuist nog rustte in polder Hardenhoek. Op weg naar hun slaapplaats, vermoeden we. Af en toe verraadt zich een zwartkopmeeuw tussen de passerende kokmeeuwen, door zijn aparte, mauwende roep of door zijn lichte, contrastarme vleugels. Of door allebei.

Een zilverreiger hoog in een boom ver weg aan de overkant. En toen koerste ineens een enorme harige bruine kop door het water. Af en toe een licht gespartel en dan verdween het hele lijf van misschien wel een meter lang onder water, om pas minuten later verderop weer boven te komen. Bever! Korte tijd later gevolgd door een tweede.

Met die bever, helemaal op het eind van de avond, is alvast de soort van de dag verklapt. En dat was dan nog niet eens een vogel. Wat vogels betreft begonnen we de dag aan het eind van de middag in polder Muggenwaard, onderdeel van de Noordwaard  wat zo’n beetje het nieuw tot natuur omgevormde en gedeeltelijk onder water gezette gebied is tussen Werkendam en de bekende polders Hardenhoek en Maltha. In de Muggenwaard vooral tientallen kieviten, tureluurs en kokmeeuwen maar ook drie mooie steltkluten, die overigens na een half uur of zo ineens verdwenen leken. We hadden ze niet zien wegvliegen maar ze waren onvindbaar. Met onder andere een zilverplevier, op een ongebruikelijke plek op een ongebruikelijk moment en in een ongebruikelijk kleed, een vuurlibel, kluten, kleine plevieren, zingende gele kwikstaart, kleine zilverreiger, een zomertaling en minimaal twaalf casarca’s, bouwden we alvast een aardig soortenlijstje op.

De eerste cetti’s zanger, nou ja, een paar gevalletjes uit de auto niet meegerekend, hoorden we verderop vanaf de weg die mooi zicht biedt op het beroemde eerste visarendennest van Nederland. Ook dit jaar is dat weer bezet. We hadden mooi zicht op eerst een en daarna twee oudervogels en af en toe op de kop van een jong dat zich strekte in de hoop op een hapje van vader of moeder. Beleef de lente in Nederland! We bezochten nog de Reugtweg, met zicht op een grote plas met onder andere tientallen grutto’s en kieviten en foeragerende gierzwaluwen waartussen we natuurlijk hard op zoek gingen naar die ene siberische gierzwaluw. En eindigden tenslotte aan de punt van de landtong diep in de Hardenhoek, waar twee bevers deze avond van een mooie afsluiting voorzagen.