web analytics

Texel – 24 mei 2015

Guus Peterse schreef:

Men kan niet vaak genoeg op Texel zijn, vind ik, dus met vogelwacht Utrecht maar weer eens op excursie naar ons grootste Waddeneiland, twee weken nadat ik er nog in m’n eentje heen geweest was. Het weer was prima: matig windje en veel zon. En al heeft Texel aan zichzelf genoeg, een prettige bijkomstigheid was dat wel. Al was het wel nog altijd tamelijk fris, maar we kennen niet anders, de laatste tijd.
Vroeg op pad en de eerste boot genomen, zodat we om 8 uur op het eiland stonden en om half 9 bij de Petten. We begonnen in de zuidwesthoek. In de Petten vooral kokmeeuwen, in de Geul vooral grauwe ganzen en in de Mokbaai laag water met mooie groep rosse grutto’s in zomerkleed en tientallen bontbekplevieren en bonte strandlopers. Achter ons zong af en toe de zomertortel. Die hoorden we ook toen we vanaf het uitzichtpunt uitkeken over het westelijke Horsmeertje. En daar al gauw twee geoorde futen vonden. Na enig speurwerk vonden we ook de zomerkleed roodhalsfuut die nog net zichtbaar achter de rietrand langs zwom. Een mooie oogst om mee te beginnen.
Met de auto op Texel, ik ben dat bijna niet gewend. Het heeft zo zijn voordelen, dat zullen al diegenen die het bijna niet gewend zijn Texel met de fiets te doen, wel kunnen beamen. Vanaf de Mokbaai waren we zo in Oudeschild, diametraal aan de andere kant van het eiland, van waar we vervolgens langs de waddendijk naar het noorden koersten. Langs de Ottersaat, waar we tussen de tientallen visdieven ook enkele kristalheldere noordse sterns vonden (snavel wat hoger en wat korter, wat dieper rood en zonder zwarte punt, staart voorbij de vleugelpunten stekend en in vlucht bijna doorschijnend witte ondervleugels met fijn zwart randje). Langs de Minkewaai, met een wandje oeverzwaluwen. Langs het Wagejot, met onder andere mooie kluten (maar die zitten bijna overal) en enkele mooie zomerkleed steenlopers (idem). En langs Utopia, met vooral duizenden grote sterns en daarnaast onder andere een leuk groepje drieteenstrandlopers.
Daarna gingen we in Eierland op zoek naar de onverwachts (wat mij betreft in elk geval) toch weer gemelde morinellen. Dat werd wel het verhaal van de dag, want aanvankelijk waren die onvindbaar. Tenslotte vonden we toch nog een onooglijk propje diep weggedrukt in de akker, dat zich af en toe verraadde als het zijn kop draaide en daarmee bewees dat het geen kluit aarde was. Maar toen ging er ineens een staan en zagen we ze alle vijf. Vooral die ene was erg mooi.
Een wandeling langs het Renvogelveldje bij de Robbenjager (dat helaas al vele jaren zijn naam niet waarmaakt, ook vandaag weer niet) leverde geen Grote Soorten op, maar wel tapuit, dwergsterntjes boven de branding en leuke zichtwaarnemingen van koekoek en braamsluiper. Tenslotte nog even naar het slag van Paal 28, waar in de natte duinvlakte alweer enkele dagen twee steltkluten bivakkeren. We kregen ze aardig in beeld, samen met een kleine zilverreiger en een wilde eend. Een mooi stel.
We sloten Texel af met de juveniele kuifaalscholver die bij afvaart ineens toch weer op een van de masten buiten de veerhaven zat.
Aan de overkant vogelden we gewoon nog even door. In de Donkere Duinen, weelderig duinbos aan de rand van Den Helder, gingen we op zoek naar de zeldzame iberische tjiftjaf die daar sinds enkele dagen verblijf houdt. Na even luisteren op de juiste plek was het raak en daarna liet de vogel herhaaldelijk zijn (voor een tjiftjaf) atypische riedeltje horen. Sommigen van ons kregen de vogel ook nog kort maar aardig te zien.
En omdat Ludger er al die tijd nog steeds niet heen was geweest, gingen we met één auto ook nog even langs bij de pelikaan in Callantsoog. Hij zat er nog, achter het hekje, wat voor niemand een verrassing kon zijn. En hij was best levendig vandaag,  ging zomaar aan de wandel langs de waterkant, boos nageblazen door een paar soepeenden die blijkbaar nog steeds niet aan ‘m gewend waren. Het blijft een iconisch beest, wat mij betreft. En laten we niet vergeten: wat je er ook van denkt, hij komt hier niet vandaan. Hij is niet de plaatselijke reuzensoepkip die al sinds mensenheugenis deze spartelvijver opleukt.