Handleiding Midwinter Roofvogeltelling

Voor de telling gebruiken we het principe van de Punt Transect telling. 

Een verkorte weergave van deze methode aangepast aan de omstandigheden voor onze midwinter roofvogeltelling en de indeling van de gebieden vindt u hier onder:

Het is de bedoeling dat gedurende een reeks van jaren dezelfde route wordt afgelegd en op exact dezelfde punten wordt geteld. De telpunten moeten daarom goed herkenbaar zijn in het terrein. Thuis kan op een geschikte kaart de route worden uitgestippeld. De exacte ligging en beschrijving van de telpunten kan vervolgens buiten in het veld geschieden. (Invulbladen situatieschets 1 2)
Het is om praktische redenen vaak handig de route zodanig te plannen dat het laatste punt in de buurt van het eerste ligt. Het landschap rondom de 20 telpunten dient zoveel mogelijk een doorsnee te zijn van het gebied waardoor de route loopt.
Het is verstandig de route over (fiets-)paden en wegen uit te zetten. Indien de route lopend wordt afgelegd dan is het ook mogelijk door bijvoorbeeld weilanden te lopen. Vraag hiervoor wel toestemming aan de eigenaar. Houdt er altijd rekening mee dat de telpunten onder alle omstandigheden (sneeuw, hoog water) bereikbaar moeten zijn. Gaat u met de auto neem dan wegen die steeds begaanbaar zijn en kies stopplaatsen waar de geparkeerde auto geen gevaar voor het overige verkeer oplevert.

Afstand tussen telpunten minimaal 500 meter

Om dubbeltellingen van vogels zoveel mogelijk te voorkomen dienen twee telpunten niet te dicht bij elkaar te liggen. De punten moeten echter ook weer niet te ver uit elkaar liggen, omdat het transport tussen de punten dan te veel tijd in beslag zou nemen. In open gebieden minimaal 500 meter. Als u de route te voet aflegt wordt aangeraden de punten niet verder dan 500 meter uit elkaar te leggen. Het is niet nodig alle punten op een gelijke afstand van elkaar langs de route te plannen. Legt u de route per auto af dan mogen de telpunten een kilometer of verder uit elkaar liggen zodat het risico van dubbeltellen geheel wordt uitgesloten.

Twintig telpunten

Elke route dient uit precies 20 telpunten te bestaan. In principe wordt het gehele gebied geteld dat vanaf een telpunt kan worden overzien. Om teltechnische redenen kan het echter soms nuttig zijn de telpunten te begrenzen. In het algemeen is het beter niet te veel met een telescoop in de verte te turen. Jaarlijks wisselende omstandigheden (heiigheid) kunnen dan tot onvergelijkbare resultaten leiden. Verder is de kans groot dat vogels die zich dichtbij de waarnemer bevinden maar die zich onopvallend gedragen (bijvoorbeeld niet roepen) gemist worden doordat een telescoop het blikveld verkleint. Het is belangrijk dat telpunten steeds bereikbaar zijn. Pas dus op met het kiezen vaneen telpunt in uiterwaarden, langs onverharde wegen, in gebieden waar
stadsuitbreiding plaatsvindt (of gepland is) etc.. Mocht een telpunt toch onder water gelopen zijn bij extreem hoge waterstand probeer dan vanaf de dijk de omgeving van het telpunt te tellen. Probeer daarbij te benaderen wat vanaf het telpunt zou zijn waargenomen. Verleg telpunten nooit, ook niet als het biotoop sterk is veranderd. Wanneer het telpunt is verdwenen doordat er bijvoorbeeld een woning op is gebouwd of er een plas is gegraven, verschuif het telpunt dan over een zo kort mogelijk afstand. Een verschuiving is dan noodzakelijk maar het ‘nieuwe’ telpunt kan dan worden beschouwd als overeenkomstig met de vorige tellingen, echter met een veranderd biotoop.

Vastleggen van route en telpunten

De route moet nauwkeurig worden vastgelegd op een kaart en van de twintig telpunten dient een schets gemaakt te worden. Gebruik voor het vastleggen van de route bij voorkeur de bijgeleverde topografische kaart. Stuur een kopie van de route mee met uw eerste telresultaten en bewaar zelf een kopie. Geef de ligging van de telpunten aan met dwarsstreepjes op de ingetekende route en nummer deze 1 tot en met 20. Maak tevens een detailbeschrijving van ieder telpunt op het formulier “Situatieschetsen van de telpunten” in de vorm van een schets met eventueel enkele opmerkingen over waarnemingsstrategie (zie voorbeeld).

Vijf minuten per telpunt

Op ieder telpunt moeten alle roofvogels geteld worden die in een periode van exact vijf minuten waargenomen worden. Om de tijdfout niet onnodig groot te maken heeft u een stopwatch, een horloge met een secondewijzer of een nauwkeurige kookwekker nodig.

Tijdstip van de dag

De route met daarin 20 telpunten wordt in principe tijdens één tocht geteld. Om de telling zoveel mogelijk te standaardiseren raden wij aan de telling altijd circa twee uur na zonsopgang te beginnen. Roofvogels hebben thermiek nodig om te kunnen jagen. Probeer de route in ieder geval ieder jaar op ongeveer dezelfde tijd na zonsopgang te starten en jaarlijks een vergelijkbaar tempo aan te houden. Als de telling halverwege moet worden gestaakt, bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden, probeer de gehele telling dan op een andere dag overnieuw te doen. Heeft u hiervoor geen tijd begin dan de telling met het punt, en ongeveer op het tijdstip, waarop de route onderbroken moest worden.

Weersomstandigheden

De activiteiten van vogels worden duidelijk beïnvloed door de weersomstandigheden. Tel daarom niet bij slecht weer zoals harde regen, zware sneeuwval mist en sterke wind. De telperiode is zodanig lang, dat het meestal wel mogelijk is de telling op een andere dag uit te voeren. In de periode vallen immers twee weekeinden.

Kleding

Goede, warme kleding is erg belangrijk. Twintig keer vijf minuten stilstaan kan een koude aangelegenheid zijn. Is het nodig u op te warmen door het slaan met de armen, een stukje te rennen o.i.d. doe dat dan buiten de vijf telminuten. Deze periode is immers uitsluitend bedoeld voor het geconcentreerd kijken en luisteren naar vogels en het maken van aantekeningen.

Veiligheid

Legt u de route per auto af parkeer de auto dan op een veilige plek en loop naar het telpunt. Soms kan het wel handig zijn vanuit de auto te tellen Men kan in het veld het beste aantekeningen maken in een notitieboekje. Wanneer twee of meer tellers samen een route doen is het handig wanneer (per punt) één iemand telt en de ander schrijft. Vul bij thuiskomst zo snel mogelijk het telformulier in, eventuele onduidelijkheden in het notitieboekje zijn dan nog het best te corrigeren.