Instructies Midwinter Roofvogeltelling

  • Om technische en statistische redenen gaat bij de telperiode de voorkeur uit naar het eerste weekend. Mocht dat door weersomstandigheden niet haalbaar zijn, dan bestaat er een uitwijkmogelijkheid  naar het tweede weekend in diezelfde periode. Ben je niet in staat om in het eerste of tweede weekend te tellen dan kun je uitwijken naar de tussenliggende week. Ga niet te vroeg of te laat op pad want dan bestaat de kans dat je niets ziet.
  • Anders dan in de handleiding staat aangegeven is het verstandig om voor de PTT-telling de afstand tussen 2 telpunten minstens 500 meter te laten bedragen. Zo voorkom je dubbeltelling (zie ook kijkrichting). Doe je naast de PTT-telling ook een LTT-telling dan kun je alle waarnemingen tussen de bovengenoemde telpunten op het LTT-formulier noteren.
  • Vermeld je naam en Teller ID op de toegezonden atlaskaart. Markeer je route duidelijk met pen op deze kaart. Markeer je telplaatsen d.m.v. een rondje op de kaart met het volgnummer erbij.
  • Maak van iedere telplaats een schets op het “invulblad situatieschetsen” en vermeld als dat nog niet door ons gedaan is,  je naam en “Teller ID”.
  • Waarnemingen gebeuren met blote oog en/of kijker en niet met telescoop. Er zijn twee argumenten om niet met een telescoop te tellen: 1. kijken met je telescoop vernauwt je blik, waardoor je niet ziet wat er opzij en boven jou gebeurt. 2. met een telescoop schiet je (ver) buiten je grens van 500 m, waardoor dubbeltelling op de loer ligt.
  • Beperk het gebruik van de telescoopdus tot het determineren van waargenomen vogels.
  • Kijkrichting. De handleiding van Arjan Boele zegt, dat je vanaf een telpunt alles telt wat je vanuit dat punt kunt overzien. Daar zijn we het helemaal mee eens. Echter, er zijn redenen om de kijkrichting ook vast te leggen: bijvoorbeeld in het geval van een telgebied dat tegen de provinciegrens aan ligt. In dat geval is de kijkrichting wel degelijk relevant. Op andere telpunten zal men ook wel degelijk een kijkrichting moeten bepalen om niet in een gebied te tellen waar men eerder of later op de route ook telt. Om deze reden willen we iedereen vragen consequent, en per telpunt (bijvoorbeeld d.m.v een pijltje) aan te geven wat de kijkrichting is. Waar geen kijkrichting wordt aangegeven gaan wij er van uit dat er rondom is geteld.
  • Roofvogels die actief zijn in het gebied worden geteld. Zitten, uitbuiken, slapen, enz. zijn ook activiteiten in het gebied. Hoog overvliegen en/of overtrekken is wel een activiteit, maar niet in het gebied en wordt zo mogelijk genoteerd bij ‘opmerkingen’.  Dood liggen is wel in het gebied, maar is geen activiteit, dus wordt dat ook genoteerd bij ‘opmerkingen’
  • Ook uilen? Ja, ook uilen noteren. Maar geen speciale activiteiten ondernemen om uilen op te sporen – het is geen uilentelling.
  • Bij het uizetten van je route is het goed om 250 meter van de randen van je kaart te blijven. D.w.z precies één centimeter op de kaart. Daardoor voorkomen we dat routes en/of zichttrajecten elkaar overlappen.(let op kijkrichting).
  • Het telformulier is hierbij ook toegestuurd en is een actief formulier. (Zie bijgaande instructies voor dit formulier)
  • Van het grootste belang is dat het formulier na invulling op je computer wordt opgeslagen voor een persoonlijke kopie en vervolgens per E-mail wordt verzonden naar roofvogeltelling@vogelwacht-utrecht.nl.
  • Tevens is het voor de continuïteit van de telling van belang dat de situatieschetsen en de kaart(en) met de daarop aangeven route en telpunten worden gestuurd naar Ype S. Hoekstra, Overtoom 72, 3813 NX, Amersfoort  of gescand en vervolgens gemaild naar ypehoekstra@vogelwacht-utrecht.nl . Nogmaals : het is van het grootste beland dat je je naam en Teller ID op alle kaarten en formulieren vermeld.

Instructies voor het actief telformulier:

  • Het na aanmelding toegezonden telformulier opslaan op je PC.
  • Na het te hebben geopend zie je een formulier op basis van een Excelbestand, dat deels beveiligd is, waardoor je alleen in bepaalde vakken iets kunt invullen. Daarnaast zijn er vakken die werken met pull-down menu’s, waarmee je een keuze maakt uit een aantal mogelijkheden. Het gaat daarbij om de datum, de tijdsperiode, het weertype, de windrichting, de windkracht, het sneeuwdek, het ijsdek, de lengte van de route, het vervoer en bij ieder telpunt de biotoopomschrijving. Beweeg even met je muis over het invulformulier om te ontdekken welke keuzemogelijkheden zijn. Daarnaast is er een aantal vakken waar je zelf je gegevens invult, die voor zich spreken.
  • De telroute bevat 20 punten, van al die punten vul je middels de pull-downmenu’s onder het nummer van het telpunt in, uit welk biotoop elk telpunt bestaat. Kies het biotoop dat overwegend voor dat telpunt van toepassing is. Met bijgaand document kun je de beste keuze bepalen.
  • In de vakken onder elk telpunt vul je het aantal exemplaren in van de soorten die je hebt gezien. Een aantal soorten wordt vermeld in de linkerkolom; als je soorten tegen komt die er niet bij staan, kun je die zelf invullen onder het vooringevulde rijtje.
  • Het formulier is geautomatiseerd in de zin dat het totaal aantal waargenomen vogels per soort en per telpunt wordt vermeld in de rechterkolom en de bodemrij. Het vakje uiterst rechtsonder vermeldt het totaal aantal waargenomen exemplaren.
  • Bijzonderheden zoals dood gevonden roofvogels en andere zaken kun je kwijt in het grote vak onder in het telformulier.