Inventarisaties

Atlasproject:

Sovon is op 1 december 2012 gestart met een nieuwe atlasperiode. De komende jaren kammen honderden vogelaars alle atlasblokken van Nederland uit op winter- en broedvogels. Een monsterklus, waar jij aan kan bijdragen. Graag zelfs! Voor de Atlas van de Nederlandse vogels zijn heel veel waarnemers nodig die in één van de drie atlasjaren (2012-2015) alle vogels in een zelf gekozen atlasblok willen tellen. Claim een atlasblok en tel (ook) mee voor de atlas. Ga na naar www.vogelatlas.nl voor meer informatie en aanmelden.

BMP: voorjaar

Het Broedvogel Monitoring Project is het op één na oudste monitoringproject van Sovon. Het is gestart in 1984 en gaandeweg uitgegroeid tot een aantal deelprojecten. Deze zijn toegesneden op alle soorten of juist een selectie van soorten. Ieder deelproject kent zijn eigen aanpak, maar de basis is dezelfde: telling van territoriale broedvogels in vast omlijnde telgebieden. In onze bibliotheek vind je onder het kopje broedvogels de rapportages van diverse projecten van de laatste jaren.

Welke soorten? De inventarisatie richt zich op

BSP: hele jaar

Laat je leuke waarneming niet versloffen! Het Bijzondere Soorten Project (BSP) zamelt sinds 1989 losse waarnemingen in van vogelsoorten die in (vrijwel heel) Nederland schaars tot zeldzaam zijn. Sovon werkt hierin samen met Waarneming.nl en Telmee.nl. Het project beperkt zich tot niet-broedende vogels.

LSB  

LSB staat voor Landelijk Soortonderzoek Broedvogels en is samen met het BMP project één van de pijlers van Sovon. Het broedvogelonderzoek vindt plaats in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Utrecht is een provincie die qua grote landschappen te maken heeft met veenweidegebied, de  Utrechts Heuvelrug en rivieren. Door de provincie lopen belangrijke infrastructuren zoals kanalen en rijkswegen.  Voor vogels biedt Utrecht  genoeg om ook zeldzame vogels te laten broeden. Om deze broedvogels te vinden staat vrijwilligers voor dag en dauw op. Diverse koloniesoorten zoals Blauwe Reiger, Visdief, Roek en Oeverzwaluw worden door Sovon in geheel Nederland geteld door deze  vrijwilligers, ook in Utrecht. O.a. genoemde soorten hebben bij Sovon onderdak gevonden in het LSB project.

Het tellen van kolonievogels, schaarse en zeldzame broedvogels heeft als doel:

  • het signaleren van populatie-ontwikkelingen op landelijke schaal;
  • het signaleren van populatie-ontwikkelingen in Vogelrichtlijn-gebieden, fysisch-geografische regio’s en andere (beleids-)relevante eenheden;
  • (voor sommige soorten) het vastleggen van de landelijk verspreiding. Hiervoor is het noodzakelijk dat een aanzienlijk deel van de landelijk broedpopulatie jaarlijks wordt geteld. Hoe groter dit aandeel, hoe betrouwbaarder de vastgestelde populatie-ontwikkeling.

Kolonievogels worden in Nederland vrijwel volledig geteld, zeldzame broedvogels op zijn minst in de voor hen belangrijkste broedgebieden. Een deel van de zeldzame broedvogels kan overigens bijna jaarlijks vrijwel volledig in kaart worden gebracht.

Sovon heeft ten behoeve van het LSB project Nederland ingedeeld in 20 districten. Utrecht is district 10. Elk district heeft een coördinator (DC) die alle waarnemingen verzamelt, beoordeelt en desnoods navraag doet. Het digitale tijdperk is voor de DC een belangrijk stap vooruit geweest, omdat nu veel digitaal kan worden afgehandeld. U kunt bv. de DC rechtstreeks mailen : lsb.utrecht@sovon.nl  

Naast deze administratie stimuleert de DC vogelaars om hun waarnemingen door te geven en eventueel als teller aan te melden bij Sovon. Het is namelijk waardevoller om een soort of gebied systematisch te tellen dan een losse waarneming te gebruiken. Systematisch tellen betekent minstens 2 jaar een kolonie tellen in een stad of polder. Digitaal invoeren betekent efficiënt werken en sneller gegevens vergelijken. Maak daarom een gebruikersnaam aan op de site van Sovon.

In de handleiding (tweede druk februari 2011) staat op pagina 33 een belangrijk overzicht over de 17 soorten kolonievogels. De criteria van zeldzame soorten (ca. 157 soorten), zijn op pagina 39 beschreven. De lijst met soorten voor het Sovon broedvogelonderzoek staat op pagina 43.

Geef dus broedgevallen altijd aan uw DC door. Vermeld daarbij ook altijd de broedcode ( pagina 50 in de handleiding).

Wilco Stoopendaal Districtscoördinator D10 Utrecht

Landelijk contactadres: Sovon Vogelonderzoek Nederland

Toernooiveld 1 6525 ED Nijmegen

024-7410410              E-mail : broedvogels@sovon.nl     Homepage: www.sovon.nl

Midwinter Roofvogeltelling: februari

Sinds 2010 tellen ruim 60 waarnemers de roofvogels in onze provincie. De gegevens worden ieder jaar in een kort verslag gepresenteerd. Meer informatie: handleiding en uitgebreide instructies.

MUS: voorjaar

Het Meetnet Urbane Soorten (MUS) volgt broedvogels van de stedelijke omgeving. Nederland verstedelijkt immers in hoog tempo (16% van het oppervlak). MUS kost weinig tijd maar levert belangrijk cijfermateriaal op. Meer informatie: Handleiding, cursus, invoeren.

PTT: 15 december – 1 januari

Het Punt-Transect-Tellingenproject (PTT) is het langst lopende monitoringproject van Sovon. Het is gestart in 1978, kende enige varianten maar blijft tegenwoordig beperkt tot een jaarlijkse decembertelling. Een populair project (400 telroutes) voor in de ‘stille’ wintertijd. Het kost weinig tijd maar levert goed bruikbare resultaten en onverwachte momenten in het veld op. Meer informatie: handleiding.

 

Sllaapplaatsteling: Hele jaar

Sommige vogelsoorten overnachten op gemeenschappelijke slaapplaatsen. Daar concentreren zich vogels uit een straal van soms tientallen kilometers. Vanaf de winter 2009/10 worden landelijke slaapplaatstellingen georganiseerd van geselecteerde soorten. De tellingen richten zich vooral op Natura 2000-gebieden met een beschermde slaapplaatsfunctie, maar worden daarbuiten nadrukkelijk gestimuleerd. Daarnaast zijn er elk jaar landelijke simultaantellingen van wisselende soorten.

Trektellen: voor- en najaar

Trektellen is het systematisch tellen van voorbijtrekkende vogels vanaf een vast punt. Het vindt in Nederland al vele tientallen jaren plaats. Belangrijke impulsen kwamen van de Club van Zeetrekwaarnemers/Nederlandse Zeevogelgroep (vanaf 1972) en de Landelijke Werkgroep Vogeltrek Tellen (LWVT; 1976-93).
Vanaf 2006 worden trektellingen ingezameld in samenwerking tussen Sovon en Trektellen.nl. De telresultaten worden door de waarnemer zelf ingevoerd op Trektellen.nl, waar ook de landelijke gegevens te bekijken zijn.

zie ook: telpost Jacobssteeg 

Watervogeltelling: september-maart

Maandelijks worden landelijke watervogeltellingen uitgevoerd. Ze bestaan uit:

  • Maandelijkse telling van alle watervogels in Monitoringgebieden (voor watervogels belangrijke waterrijke gebieden)
  • Maandelijkse telling van ganzen en zwanen op pleisterplaatsen, veelal in boerenland

 

 

WeBBuddy Website Monitor