web analytics

PTT-telling, de eerste resultaten

Van de site van SOVON:

© GMD

Grote Barmsijs

De PTT-telperiode is al weer even voorbij en de eerste resultaten zijn op een rij gezet. Zoals verwacht werden er veel barmsijzen gezien. Wellicht anders dan verwacht waren de aantallen Appelvinken niet bijzonder hoog en die van de Merel en Groenling niet zorgelijk laag.
Op basis van de gegevens van 536 al ingevoerde PTT-tellingen (en dus 10.720 telpunten!) zette coördinator Willem van Manen al wat resultaten op een rij in een nieuwsbrief. We zijn blij dat zoveel waarnemers hun route weer hebben geteld.

Veel barmsijzen
De invasie van barmsijzen die afgelopen najaar Europa aandeed is ook midden in de winter nog goed te merken, zo blijkt uit de tellingen. Er werden er 1731 ingevoerd tijdens het telwerk en dat is een forse uitschieter ten opzichte van de afgelopen winters. Het gaat vermoedelijk grotendeels om Grote Barmsijzen, hoewel de determinatie van barmsijzen op ondersoortniveau erg lastig is en veel vogels, zelfs in de hand, ongedetermineerd blijven. In ieder geval barmsijzen dus!
Lees hier het hele bericht.

Excursie Zeeland – afd. Amersfoort

Frank Pierik schreef:

© GMD

Blauwe Kiekendief

Het is nog donker als we, om 7.30, met ons 7-en klaar staan voor vertrek naar de bestemming van de dag: “Brouwersdam en inlagen”. De weersvoorspelling is prima: een milde wind (ZO 3-4), niet koud voor januari (3-6 graden), lokaal kans op mist die in de ochtend verdwijnt. Onderweg blijkt de mist dichter te worden, en ‘lokaal’ blijkt helaas te gelden voor onze bestemming: bij aankomst (ter hoogte van Haventje Noord) is ons uitzicht over de Noordzee niet ver. Maar dat doet weinig af aan het enthousiasme als we meteen al onze eerste duikers zien dobberen. De kuifduiker, brilduiker, geoorde fuut, en middelste zaagbek laten zich snel zien, en inzoomen op een snelle foto van een overvlieger bevestigt de eerste indruk van een roodkeelduiker. We maken een wandeling langs de dam, en noteren onder meer rotgans, wulp en steenloper.

Lees hier het hele bericht.

Stellendam, Brouwersdam, Prunjepolder e.o. – afd. Driebergen-Doorn

Sjef te Berge schreef:

© GMD

Roodkeelduiker

Direct bij het uitstappen aan de buitenhaven van Stellendam was het al anders en ongewoon.  Na honderd meter op de havendam geen natte neus maar een onwerkelijke drang om de rits of de houtjes touwtjes wat losser te doen. Nauwelijks wind bij ongeveer zes graden liet ons relaxt naar de misschien wel honderden tureluurs, wulpen, zilverplevieren, bonte strandlopers, tetterende scholeksters en zelfs een duttende kluut kijken. Deze dutter had een lijfwacht van een stuk of vijf bergeenden rond zich, wat z’n opvallendheid flink verminderde. Zeker op de vlakte van Kwade Hoek raakt een slechtvalk behoorlijk in de war als hij dat gecompliceerde tafereel ziet. Bij de havenuitgang zat een eenzame smient te posten tussen de basaltblokken.
Het Zuiderdiep aan de andere kant van de Snijderweg was gewoontegetrouw gevuld met rest van de smienten ter plaatse, met wintertalingen, slobeenden, onwaarschijnlijke aantallen tafeleend en ook nog twee vrouwen grote zaagbek.

Lees hier het hele verslag.

Grote lijster wordt ‘Rode-Lijst’er’

Van de site van Nature Today:

© GMD

Grote Lijster

De grote lijster is bestempeld als ‘kwetsbaar’ op de nieuwe Rode Lijst. Dat klinkt niet zo gruwelijk als ‘verdwenen’ of ‘ernstig bedreigd’, maar geeft toch stof tot nadenken. Hoe komt het dat zo’n algemene soort achteruit gaat?
Deel deze pagina
In januari kunt u hem al indrukwekkend hard horen zingen: de grote lijster. Hij komt veel voor in het oosten van ons land. Of beter: ‘kwam’, want al twintig jaar worden het er gestaag minder. Daarom is het één van de nieuwkomers op de nieuwe Rode Lijst voor Nederlandse broedvogels, die eind vorig jaar verscheen.

Een eeuw in Nederland
De grote lijster koloniseerde Nederland vanaf 1870 en breidde langzaamaan zijn broedgebied uit. Tot een eeuw later de aantallen begonnen af te nemen. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig ging het beter, maar vanaf 1995 gaat het gestaag bergafwaarts, vooral in de zuidelijke helft van Nederland. Het verspreidingsgebied is daarentegen nauwelijks kleiner geworden. Er zijn ongeveer 13.000 tot 17.000 broedparen in Nederland.
Lees hier het hele bericht.

CES 2017: prima jaar voor moeras- en struweelvogels

© GMD

Rietzanger

Van de site van SOVON:
In 2017 gingen vogelringers voor het 23ste jaar aan de slag op een zogenaamde Constant Effort Site (CES). Ze vingen en ringden bij elkaar meer dan 22.000 vogels. Uit de gegevens daarvan blijkt dat aardig wat moeras- en struweelvogels een prima broedseizoen hadden.
In het CES-project van het Vogeltrekstation en Sovon worden vogels gedurende het voorjaar en de zomer op een gestandaardiseerde manier gevangen met mistnetopstellingen. De gegevens van de geringde vogels leveren onder andere informatie op over het broedsucces (hoeveel jongen werden er groot?) en de jaarlijkse overleving van algemene zangvogels. Deze informatie helpt ons om meer grip te krijgen op de oorzaken van aantalsveranderingen.

Seizoen 2017
In totaal deden dit jaar 41 ringplekken mee als CES. Voor de analyse werden gegevens van 22.411 vogels gebruikt, een heel mooie steekproef waarvoor we alle ringers dankbaar zijn. De nieuwe grafiekjes met jaarlijkse indexcijfers van de reproductie en overleving zijn te downloaden in Excel.
Lees hier het hele bericht.