web analytics

Flevopolder – 20 november 2016

Jeroen Steenbergen schreef:

© GMD

Wilde Zwanen

Zondag 20/11 toog afdeling Utrecht-stad met een groep van 9 mensen naar de Flevopolder. We hadden met angst en beven de dag tegemoet gezien: veel regen in de voorspelling en een tot storm aangroeiende wind, wat moest dat worden? Bij het vertrekpunt begon het met regen, in die zin klopte de verwachting. Na wat beraadslagen hadden we toch besloten het er op te wagen, en deze gok zou uiteindelijk behoorlijk goed uitpakken.
Eenmaal op weg en de Buienradar raadplegend, leek het er op dat het grootste buiengebied het land aan het verlaten was.
Ruim een half uur later stonden we vanaf de Grote Praambult over de Oostvaarersplassen te staren. Droog hielden we het niet, maar er waren toch zeker veel droge periodes. Dit zou de verdere dag ook zo blijven. Al snel werden we geattendeerd op een tweetal juveniele Zeearenden die boven het gebied vloog. Van deze vogels konden wij er nog eentje meepikken. Ook zaten er drie Wilde Zwanen in het veld, altijd weer fraai. Het was lastig kijken door de harde wind, zodat we al vrij snel wat meer de beschutting op gingen zoeken.

Onze volgende bestemming lag langs de Praamweg, waar op het Oostvaardersveld al langer een Koereiger rondhing. Stoppend bij het eerste plasje viel ons oog op een volgend groepje Wilde Zwanen, dat zich ook fraai liet horen. Opeens vloog er, met enkele Grote Zilverreigers, een klein wit reigertje voor ons langs: de Koereiger! We reden iets door naar een plek waarvanuit we het veld in konden lopen. Al snel hadden we daar de Koereiger mooi in beeld, waarna de vogel na een tijdje opvloog en ver achter in het gebied weer inviel. Iets verderop bevonden zich zeven Nonnetjes in een plasje.
Door naar de Kleine Praambult, om vanaf daar een ander deel van het Oostvaardersveld in te wandelen. Eerst keken we nog even vanaf de bult: al snel vonden we een tweede Zeearend, een nagenoeg volwassen vogel, die zich mooi vliegend en ook zittend liet zien.
We wandelden naar de hut ‘de Krakeend’, waar zich opnieuw een groepje Wilde Zwanen liet zien. Ook hier veel eenden: Slobeenden en Kuifeenden vooral, en enkele Wintertalingen onder andere. Een Waterpieper vloog op en kon niet worden teruggevonden, een Havik vloog langs.
Na een koffiepauze in het bezoekerscentrum zochten we even naar een Klapekster, maar deze liet zich niet vinden. We besloten verder te rijden richting Harderwijk, waar onder andere een plek was waar gisteren ruim tweehonderd Krooneenden gezien waren.
Het bleek een plasje in het Harderbos, waar een kijkhut (de Kapiteinshut) bij was. We wandelden door het bos naar de hut, voorzichtig omhoog kijkend om geen uit de boom vallende takken op ons hoofd te krijgen. Eenmaal aangekomen bevond zich een grote groep duikeenden vlak voor de hut, waartussen een heel fors aantal Krooneenden al gelijk opviel. Al tellend kwamen wij al snel op ruim vijfhonderd vogels, en dan konden we een deel van de groep nog niet eens zien, omdat de plas niet geheel te overzien was en de groep ook om de bocht nog doorliep. We hadden de indruk dat hier mogelijk wel zeshonderd Krooneenden bij elkaar zaten! Een ongekend aantal voor Nederland, niemand van ons had eerder zo’n grote groep gezien. Tussen de Krooneenden vonden we twee Rosse Stekelstaarten. Een andere leuke verrassing was een Roerdomp die opvloog vanuit het riet en snel weer inviel.
Na dit spectaculaire intermezzo reden we langs Harderhoek, waar we een poging de op het randmeer dobberende eenden goed te bekijken snel opgaven  vanwege de snoeiharde wind en de golven. We reden terug door de polder richting Almere, om bij de Pampushaven naar eenden te gaan zoeken. Hier moest nog een Grote Zee-eend te vinden zijn. De groepen eenden waren lastig te overzien, omdat een groot deel van de haven niet toegankelijk was en we daardoor te weinig overzicht hadden. Bovendien waaide het zo hard dat uit de auto stappen en de telescoop opzetten geen aantrekkelijke optie was. We zagen hier wel enkele vrouwtjes Topper, en uiteindelijk ook een mannetje. Hier ook wat Brilduikers en Grote Zaagbekken.
We besloten ook nog even te gaan kijken bij de Blok van Kuffeler. Achter een dwarsdijk dobberde een fors aantal duikeenden, waar we al snel een mannetje Topper in vonden. Waarna bleek dat de/een man Grote Zee-eend er zomaar naast zwom, wat een fraaie vogel!
Na dit bezoekje reden we nog even om de Oostvaardersplassen heen, waarbij we eigenlijk geen nieuwe soorten meer konden bijschrijven.
Terug in Utrecht konden we concluderen dat het een prima keus was geweest om toch te gaan. Zo’n storm is mooi om mee te maken, en met de soorten van vandaag konden we prima thuiskomen.