Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland – 11 februari 2018

Erik Wouda schreef:

© Erik Wouda

Kwade Hoek

Inmidddels wel een klassieker te noemen, deze jaarlijkse tocht van Utrecht-Stad naar Zuid-Hollandse eilanden en Zeeland. Ieder jaar toch weer anders, op één onderdeel na: de Brouwersdam. Daarover later meer. Een gewoonte van me is deze excursie een daglijst bij te houden, die meestal boven de 75 soorten eindigt. Iedereen in onze auto doet daarvoor een voorspelling tussen de 70 en 85 soorten.
Eerst het veld in voor een stevige wandeltocht door de Kwade Hoek. Tevoren was er nogal ruw weer voorspeld, maar met zon tegen de wind in ploegen over kwelderlandschap was goed te doen. Het duurt echter even voor we beet hebben.
Er zit veel, maar het geeft zich niet zomaar prijs. Een groepje strandleeuweriken, persoonlijk favoriet van schrijver dezes, is de eerste krent in de pap. Maar er vliegt meer, en zo ontdekken we een flinke groep sneeuwgorzen die zich van afstand laat bekijken.
Af en toe gaan veldleeuweriken voor ons de lucht in, maar soms (gras)piepers of een eenzame gors. Eentje krijg ik kort goed in de scope: een mooie ijsgors!
Verder vliegt er nog een groepje klein, donker grut rond. We vermoeden dat zich daarin fraters bevinden, maar daar zekerheid over krijgen valt niet mee. De begroeiing is maximaal een decimeter met toch veel open plekken, maar het lukt ze telkens daarin onzichtbaar te verdwijnen. Ze vliegen steeds rond ons, en op geluid maken we de determinatie rond. Als toegift op het einde nog een flink groep sneeuwgorzen op heel korte afstand foeragerend van ons.
Het is al middag als we bij de volgende stop aankomen: Brouwersdam. En daar dringt langzaam tot ons door dat ons aantal soorten wellicht te hoog is gegrepen. De onstuimige zee oogt erg leeg. Zwarte zeekoet laat zich niet vinden en pas na lang zoeken wat kuifduikers. Zelfs middelste zaagbekken en brilduikers, die hier soms talrijk zijn, laten zich maar mondjesmaat zien. IJsduiker onvindbaar, geen oeverpiepers of paarse strandloper en maar een paar roodkeelduikers. Uiteindelijk levert stug doorvogelen wel iets op, maar gemakkelijk gaat het niet. Wie weet is alles binnendijks gevlogen?
We checken het Grevelingemeer, dat dodaarzen, futen en meerkoeten prijsgeeft. Even later een flink stel grote sterns, die hier kennelijk overwinteren. Best een verrassing toch.
Er is nog genoeg tijd over voor twee gebieden. Bij Haamstede en inlagen wacht een eenzaam foeragerende zwarte ruiter ons op. Veel tureluurs ook. Maar hoofddoel is een groep rotganzen, waarin zowel witbuikrotgans als zwarte rotgans zouden zitten. Alleen de zwarte rotgans lukt. Dan naar de Prunjepolder. Altijd goed voor steltlopers en eenden en dat stelt niet teleur. Goudplevieren, pijlstaarten, zilverplevieren, kluut, tureluurs, kleine zilverreigers en meer laten zich goed zien.

© Guus Peterse

IJsduiker

Op de terugweg rijden we over een grote dode vogel op de snelweg. Ik meen een ijsduiker te herkennen, dus we gaan terug om dat te checken. En inderdaad: de grootste zeldzaamheid van de excursie is een dode ijsduiker. Een wat droevig einde van deze zonnige excursie. De balans opmakend wint Anke de weddenschap hoeveel soorten we zullen zien.

WeBBuddy Website Monitor