De gouden eeuw van het vogelonderzoek

Van de site van de Vogelbescherming:

Ringen van een Zeearend

Het Vogeltrekstation bestaat sinds 1958. Lang bekend onder de naam Vogeltrekstation Arnhem heet het nu officieel Centrum voor vogeltrek en -demografie en is het onderdeel van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Het Vogeltrekstation richt zich nu op onderzoek naar de hele levenscyclus van vogels. Daar hoort naast trekgedrag, ook broedsucces, overleving en sterfte bij, met een mooi woord: demografie. Met het lanceren van een digitale Vogeltrekatlas is het Vogeltrekstation erin geslaagd om de goudmijn aan miljoenen ringgegevens die in de afgelopen eeuw zijn verzameld, toegankelijk te maken voor een breed publiek. Een mooie aanleiding om eens te gaan praten op het Vogeltrekstation in Wageningen.
Op een drukke vogeltrekdag in oktober, terwijl de mezen en lijsters ons om de oren vliegen, kom ik tegelijkertijd met de directeur van het Vogeltrekstation aan in Wageningen. Henk van der Jeugd (1966) ziet er niet uit als een typische directeur. Het is zijn vrije dag en hij komt in een vogelaarskloffie op de fiets naar kantoor om mij te woord te staan. Nee, hij komt niet van de ringbaan, zegt hij lachend, maar dat had inderdaad wél zomaar gekund. Want dichtbij ringt hij regelmatig vogels op een zogenaamde CES-locatie, waarbij CES staat voor Constant Effort Site. Op de tientallen CES-locaties in ons land worden vogels gevangen en geringd op een gestandaardiseerde wijze, met het doel om meer te weten te komen over vooral broedsucces en overleving van onze gewone zangvogels. In het kloppend hart van het Vogeltrekstation, een modern en prettig kantoor met veel hout en grote ramen, raken we al snel in gesprek over onze gedeelde passie: vogeltrek en – onderzoek.
Lees hier het hele artikel.