De worm en de weidevogel

Van de site van de Vogelbescherming:

© GMD

Kemphaan

Als u ’s nachts in bed ligt te slapen, rolt onderzoeker Jeroen Onrust op zijn buik over Friese weilanden om wormen te tellen. Zo leert hij belangrijke lessen over wormen én weidevogels. En over een gezonde toekomst voor onze landbouw.

Rode wormen, grijze wormen
Er is niet één soort worm, dat is het eerste wat je leert als je met ecoloog en wormen-onderzoeker Jeroen Onrust spreekt. Onrust spreekt regelmatig over rode en grijze regenwormen. Simpel gezegd: de rode zijn schimmeleters, de grijze bacterie-eters.
De grijze wormen doen het dus goed in een bacterie-dominant bodemsysteem, maar een schimmel-dominant bodemsysteem is veel gezonder en duurzamer. Regelmatige bodemverstoring levert bacterie-dominantie op, een bodem die met rust wordt gelaten een schimmel-dominante bodem. En die levert een veel betere beschikbaarheid van voedingstoffen voor de plantengroei (het gewas) op: een constante flow van voedingstoffen. Dat is goed, omdat het huidige melkvee-grasland als het ware ‘verslaafd’ is aan voedsel, het moet continue voeding kunnen opnemen om te groeien. In een bodem met veel rode regenwormen is een permanente afgifte van voedingsstoffen aan de plantengroei mogelijk. Het duurt even voor de schimmels met hun mycelium (het ‘wortelstelsel’ van een schimmel) lekker op gang zijn, maar dan heb je dus ook wat.
Lees hier het hele bericht.