Bert van Dillen schreef:
Zaterdagochtend 13 juni 2026 iets voor 06.00 uur. Een gemêleerd groepje vogelaars verzamelt zich bij excursieleider Bert van Dillen voor een dagexcursie naar, dat was ten minste de bedoeling, het Drents-Friese Wold. Gemêleerd want waar de een al tientallen jaren ervaring met vogels kijken heeft, is de ander pas sinds afgelopen maart begonnen met vogels kijken. Ook een gemengde groep in leeftijd; van een dertiger tot een dame van 86 jaar!
Ondanks het vroege tijdstip en de wat minder gunstige weersverwachting voor Noordoost Nederland had iedereen er veel zin in. En wat, achteraf bezien, toch een zeer memorabele dag zou worden.
Enfin, om klokslag 06.00 uur vertrokken we voor onze eerste stop: de Kwartelkoning bij Zwolle. Dat was immers toch en route en een Kwartelkoning zie of hoor je niet ieder dag zullen we maar zeggen.
Na circa vijf kwartier rijden kwamen we aan bij een doodlopend dijkweggetje in de Schellerwaarden, even een uitdaging om de auto’s te parkeren. Nauwelijks uitgestapt of we hoorden de Kwartelkoning ‘zingen’, de bekende raspende tweelettergrepige roep ‘kreks-kreks’. De vogel liet zich helaas niet zien in de hoge vegetatie maar hij zat wel erg dichtbij op zo’n 20 meter te roepen. Een lekker begin van deze excursie.
Ook de Vreugderijkerwaard lag binnen handbereik en daar was al een week een mannetje Bronskopeend aanwezig. Bij aankomst ontdekten we deze fraaie eend al snel. Bingo! In de scope konden we de prachtige kleuren van deze eend mooi bekijken. Aan de andere zijde van dezelfde uiterwaard zat een grote groep Casarca’s (zo’n 40 exemplaren), meerdere families Brandganzen en Grote Canadese Ganzen en Bergeenden. Een mannetje Sperwer scheerde langs om even later met prooi terug te vliegen richting een nabijgelegen wilgenbos waar waarschijnlijk zijn nest zat.
We reden vervolgens naar het Dwingelderveld. Het waaide heel stevig, en ik had er als excursieleider weinig vertrouwen in dat we door die wind veel zouden zien. Niets bleek minder waar vandaag. Nog geen paar minuten na het uitstappen uit de auto’s riep een van de deelnemers: ik zie in de verte een roofvogel. Snel de telescopen erop want ja, af en toe werd hier de Slangenarend gezien. Het was geen Slangenarend maar een prachtige Rode Wouw die de wind trotseerde en langzaamaan steeds wat dichterbij kwam. Ondertussen vlogen er ook nog twee Wielewalen rap het wandelpad over en lieten Graspieper, Boompieper en Veldleeuwerik zich horen en zien.
We vervolgden onze weg tegen de wind in. De (jongste) deelnemer die net met vogels kijken was begonnen, riep enthousiast: “ik denk dat ik twee Kraanvogels zie. Huh, waar zijn die vogels nou, ik zag ze toch echt net heel laag aan komen vliegen”. Je hoorde de vertwijfeling in de stem: “ik heb het toch wel goed gezien, toch?” En ja hoor, even scannen met de telescopen over de heide leverde al snel een kop en hals van een Kraanvogel op en even later een tweede kop en hals. Heerlijk dit en een zucht van opluchting bij de ontdekker. Aan de andere zijde van het pad, ver weg boven de bosrand vloog een uitgebreid baltsende Wespendief. Die baltsvlucht bestaat uit een typische vlinderachtige vlucht waarbij het mannetje zijn vleugels ver boven zijn lichaam uitgooit en er een paar keer achter elkaar mee klappert. We zagen er even later nog 2 à 3.
Bij een groot ven aangekomen scanden we weer de omgeving. Achter het ven liep eerst één en later een tweede Kraanvogel. Een ander stelletje dan we eerst hadden gezien. Deze liepen veel dichterbij en konden we daardoor erg mooi in de telescoop bekijken.
Onze deelneemster die de Rode Wouw had ontdekt, was vandaag in topvorm en riep opeens: volgens mij zie ik twee Grauwe Klauwieren. En ja hoor, op enkele kale takken van een grote boom in de verte zat een paartje Grauwe Klauwier. Aangezien die boom dichtbij het wandelpad stond, liepen we snel die kant op. Daar stond ook een ander groepje vogelaars de vogels (en de Kraanvogels) te bewonderen. Dat bleek een fietsexcursie van Birding Breaks te zijn.
Hier zagen we de Grauwe Klauwieren en de twee Kraanvogels nog beter. Echt genieten.
Nadat we een jonge dame van de Birding Breaks excursie door onze telescopen hadden laten turen, gaf ze ons de tip dat even verderop in een nestkast een Draaihals zat waarbij één van de jongen z’n kop al uit de nestopening stak.
U begrijpt het al, de statieven werden snel ingeklapt en we baanden ons tegen de wind in naar de aangegeven plek. En warempel ja, op die plek vonden we de nestkast die op zo’n 30-40 meter naast het pad aan een boom hing en waar inderdaad een koppie van een jonge Draaihals uitstak. Snel de telescopen op de ingang van de nestkast gezet en na enkele minuten kwam één van de oudervogels al met een bek vol voer aanvliegen. Wat zijn dat toch schitterende vogels met die prachtig getekende bruine camouflagekleuren. Na het voeren van de jongen bleef de oudervogel vaak even half uit de nestopening hangen en stak daarbij regelmatig zijn lange kleverige tong uit die ze in de gangen van mierennesten steken om mieren te vangen. Tjonge jonge, wat een bijzondere waarnemingen. Onze dag kon al niet meer stuk.
Het doel van de excursie was eigenlijk het Drents-Friese Wold maar omdat we bijna alle soorten die we daar wilden zien, al op het Dwingelderveld hadden gespot, besloten we een andere weg in te slaan. Die ochtend was namelijk de Orpheusspotvogel bij Assen weer gezien en gehoord en dat was voor velen van ons een nieuwe soort. Een andere vogelaar stond er al en gaf aan dat de vogel onregelmatig en kort zong. Hij was nog niet uitgesproken of we hoorden de vogel al even verderop zingen. We konden de vogel prachtig zien en horen, zeker toen ie geheel vrij aan de oostzijde van een vlier ging zitten tegen het spoor aan, lekker uit de wind. Het begon echter al snel te regenen (een van de vele buitjes die daarna volgden), dus na 10 minuten zochten we de auto op. Tsja, en als je dan toch dichtbij Groningen bent, waarom dan ook niet langs de Struikrietzanger die al anderhalve week in het buitengebied bij Peizermade zat.
De plek van de Struikrietzanger bereikten we via een smal weggetje en in de motregen. Gelukkig hield het op met regenen toen we de plek in het gebiedje bereikten waar de Struikrietzanger volop en vrij in een Els (en later in de wilgen) zat te zingen. Daar vlakbij zat ook een Bosrietzanger te zingen zodat we mooi het verschil in zang konden horen. De vogel liet zich werkelijk schitterend zien en horen. Voor vrijwel iedereen een ‘lifer’, een nieuwe soort en voor mij mijn tweede waarneming na mijn eerste waarneming dertig jaar geleden in Zuid-Limburg.
We besloten onze weg te vervolgen door de Onlanden. Het weer werd slechter en de buitjes volgden elkaar in rap tempo op. Desalniettemin genoten we onderweg van een mannetje Havik die aan het jagen was en even mooi boven ons hoofd ging ‘hangen’. Ook ontdekten we een nest van een Buizerd waarin twee bijna volgroeide jongen lagen.
Het was inmiddels rond 14.00 uur dus we besloten al iets af te zakken via het natuurgebied Tusschenwater (langs de weg Osbroeken in Zuidlaren). Vanaf de ingang langs de Osbroeken zagen we onder meer Kluten met jongen, een Steltkluut, Kleine Plevier, Tafeleend met jongen, een paartje Zomertaling en meerdere Zwarte Sterns.
Tot slot reden we naar Gasteren waar al een paar dagen een Kwartel was gehoord. Ook deze liet zich af en toe goed horen. Als toetje werden we daar nog getrakteerd op een prachtig mannetje Grauwe Klauwier. En toen was het echt tijd om huiswaarts richting Maarssen te rijden. Daar arriveerden we rond 18.00 uur. Een lange vogelkijkdag die ons bijzonder veel vogelsoorten (97!) heeft opgeleverd waaronder vele schaarse en zeldzame soorten. Zoals ik het verslag begon, een memorabele dag die de deelnemers en ik niet snel zullen vergeten en waar we nog lang van kunnen nagenieten.


