Groene Jonker – 15-03-2026

Sjef ten Berge schreef:

@Bert

Rietgors

Met de frisse ochtend hadden we ook het geluk van een dag vol zonnige helderheid. Bijzonder omdat even ervoor vier van de vijf dagen regenachtig waren. De mistbanken op het koudst van de ochtend verdwenen als sneeuw voor de zon.
Vroeg arriveren, geen moeizaam parkeren op de kleine parkeerplaats en ook nog een welkom van heggenmus, roodborsttapuit en een overvliegende zwartkopmeeuw met z’n typische heldere tjááá roep maakten ons blij. De achterblijvers misten die zwartkopmeeuw maar hadden bij hun stop al wel een mooi overzicht van een deel van de smientenmassa roepende wintertalingen en enkele kolganzen tussen het vele grauwe ganzendom meegekregen. Later zouden we ook de grote canadese ganzen in bescheiden aantallen zien.

Blauwborsten genoeg maar de schrale korte zanguitvoeringen in de rietpluimen zullen wel met de kou te maken hebben gehad. Zoeken op de bodem naar voedsel was prioriteit. Ons speuren naar de blauw-borsten werd beloond met zingende en roepende rietgorzen. Wel keurig in beeld. De mannetjes fazanten hadden het uitgebreid druk met elkaar. Hun onrust om terrein te claimen begon een beetje op straatvechten te lijken. Het koor van ’n paar honderd grutto’s daarentegen was meer van een vriendelijke opgewondenheid in een groep die met veel kilometers voor de vleugels nog niet zo territoriaal besmet was. Later zagen we ze compact stelt naast stelt staan als een rumoerig tapijt. Leuk om te horen hoe de scholeksters weer schol-eksterachtig druk waren en hoe een overweldigende massa aan verspreid zwemmende en dobberende slobeenden van het water een massale hangplek maakten. Een blik op de ruimte waar doorgaans geoorde futen te verwachten bracht wel kleine fuutjes in beeld, maar dat waren dodaarzen. Negen liefst als je even geduldig bleef kijken. Misschien nog wel meer.

Een kluitje kluten zat nauwelijks zichtbaar voor ons in een nabije rietoever. Op een gunstige standplaats door het riet kijken kon je naast veel riet ook het wit van deze soort in beeld krijgen. Een beetje op je beurt wachten. Precies één kievit stond toen we weer zicht op ruim water kregen in een twee centimeter diepe vlakte in z’n eentje te staan. Misschien was hij al territoriaal en stond hij te wachten op droogvallend land. Om ons vroege lentebezoek nog meer te accentueren zagen we ook welgeteld één scharrelende tureluur. Toch hadden we boven ons met overvliegende wulpen en extreem hoog kruisende meeuwen, hoger dan een schroevende buizerd genoeg te zien en te zoeken. Aan de grond waren tjiftjaf, winterkoning, soms graspiepers en zowaar een witte kwikstaart aanwezig. Benieuwd of we bij een volgend bezoek de Cetti’s zanger zullen horen. Er was toch wel even een winter van acht dagen midden februari.
Op het parkeerterrein werden we uitgeleide gedaan door man en vrouw roodborsttapuit met op de achtergrond de prupru-roepjes van de wintertalingen.