Reikhalzen naar de gierzwaluw

Van de site van de Vogelbescherming:

©GMD

Gierzwaluw

Als de gierzwaluwen er zijn weet je dat de zomer is begonnen. Ze broeden in Nederland alleen in gebouwen, maar door de steeds beter geïsoleerde woningen vinden ze moeilijker een nestplek. Om een beter beeld van de nestplekken te krijgen vragen we uw hulp.
“Heb jij hem al gezien?” Die vraag kan in deze tijd maar over één soort gaan: de gierzwaluw. Deze vliegende sikkels zijn onze zomerbrengers. Eind april suizen ze het land binnen om onder onze daken te gaan broeden. Ieder jaar weer maakt je hart een sprongetje als je voor het eerst hun kenmerkende gegier hoort. In augustus is de grote meerderheid alweer verdwenen naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Net zoals de zomer glipt de aanwezigheid van de gierzwaluw ongemerkt door je vingers.
Rond Koningsdag keert de gierzwaluw terug en is ons zwaluwenkwartet weer compleet. Boerenzwaluw, oeverzwaluw en huiszwaluw zijn er al even en vliegen op dit moment in grote – vaak gemengde – groepen boven water. Ondanks zijn naam is de gierzwaluw trouwens geen echte zwaluw. Het is niet eens een zangvogel. Gierzwaluwen hebben hun eigen familie: de Apodidea. Hun wetenschappelijke naam danken ze aan hun korte pootjes, waarmee ze goed aan muren kunnen hangen, maar nauwelijks kunnen lopen. Apus komt namelijk van het Oud-Griekse woord voor zonder voeten.
Lees hier het hele artikel.