Zenderonderzoek vogels zet bescherming in gang

Van de site van de Vogelbescherming:

©Jouke Altenburg

Gezenderde boerenzwaluw

Piepkleine chips of zenders op vogels helpen ons beter begrijpen waar ze uithangen en hoe ze leven. Dat kán belangrijk bijdragen aan een betere bescherming. Hoe? Dat leest u in deze fijne voorbeelden.

Vogels vliegen en dat maakt het moeilijk ze te doorgronden, want waar zijn ze als u ze niet ziet? Zo hadden Europeanen in de Middeleeuwen geen idee waar brandganzen ’s zomers waren. Ze dachten dat de ganzen spontaan groeiden, hangend aan drijvende boomstammen, omhuld door schelpen. ’s Winters kwamen ze dan bij ons aan land.
Inmiddels weten we dat ze uit hun ei kruipen in het hoge noorden (al gebeurt dat ook steeds vaker in Nederland) en dan zuidelijk trekken en níet spontaan ontstaan in zee. En weten we oneindig veel meer over de vogels van de wereld dankzij onderzoek met onder meer zenders en de laatste jaren ook dataloggers. Die reizen mee met vogels en laten zien waar ze zijn (geweest). Vogelonderzoekers leren daarmee over hun gedrag, waar ze leven, wat ze eten en waarheen ze trekken. Kortom: hoe zit hun wereld in elkaar?
De logische vervolgstap is om bij bedreigde soorten ook te kijken: waar gaat het mis en wat kunnen we doen voor hun bescherming? Daarom een verzameling fijne voorbeelden, waarbij het zenderonderzoek daadwerkelijk bijdraagt aan de bescherming van vogels.
Lees hier het hele artikel.