Brouwersdam – Prunje – Gasthuis Bevang – 01-03-2026

Sjef ten Berge schreef:

@Bert

Scholekster

Met de zon in de rug na een frisse nacht (5°C) snelden we naar het begin van de N57, de westelijke toegang tot de Delta. Voor een krats gebruikten we de A24 met Blankenburgtunnel. Die krats wel binnen 72 uur betalen anders wordt het een kras. In je geheugen, want een herinnering kost dan negen Euro.
In de buitenhaven van Stellendam was het om negen uur al bijna halverwege hoogwater. Wulpen alom allemaal hun eigen prikareaal in tegenstelling tot een groep kluten die juist stond te drommen. Ook verspreid af en toe een tureluur en scholeksters bij de vleet met veel geluid. Om tureluurs van te worden.
Verrassend was een treintje wintertalingen op de water- een slikvlakte. Wel in tien cm water maar wat ze daar zochten?

Op naar de Brouwersdam. Altijd even kijken bij de werkhaven met z’n lange strekdam als beschutting. Weinig interessants maar op zee over de havendam turend had het ruwe water roodkeelduikers, eidereenden en middelste zaagbekken. Geen kleine futensoorten binnengaats.
Een paar honderd meter voor de spuisluis lag een groene deken van zeewier over de basaltblokken te liggen. Ideaal ontbijt voor flinke groep rotganzen. De jongen ertussen wat valer en bruiner.
Wij zochten onze eigen kansrijke plekken, al gingen we daarbij niet zover als twee buikschuivende fotografen die op enige afstand van elkaar met hun camera’s een soort verstoppertje aan het spelen waren met een paarse strandloper tussen de stenen en de steenlopers. Zij zagen het meer als een battle leek het wel.
Een honderd meter verderop hadden we kort en zonder fratsen plotseling drieteen-, paarse strandlopers en steenlopers in één kijkerbeeld op “armlengte”. Past wel bij snel opkomend tij. Vooral de drieteentjes waren ontzettend ongedurig en de bonte strandlopers deden in de gemengde groepjes braaf mee. Gezellig hinkstapsprongvliegen.
In het PixiLife restaurant verloren we weinig tijd want de appeltaart was bijna op en de zeeuwse bolus is echt een snelle hap.

@Bert

Goudplevieren

Binnendoor naar de Prunje. Het moeras is wel eens rustiger wat het water betreft. Toch nog een redelijk deinende afvaardiging van allerlei eendensoorten. Smienten, wintertalingen, slobeenden en pijlstaarten.
Alleen de grutto’s hier waren stabiel. Dat hoort nu eenmaal bij hun steltstand.
De inlagen, met de verplichte zwarte ruiter, kleine groepjes kluten en leuke eendjes om op te sporen lieten ook een statig zwemmende pijlstaart zien. Misschien hoort dat bij de balts. Maar de spannendste rol was hier voor de roodhalsgans. Dichtbij, hooguit tachtig meter, leende zich voor een uitgebreide detailstudie. De grote show hier ging los toen vele honderden goudplevieren, bonte strandlopers en drieteentjes en zelfs een groep kieviten vijf minuten lang heen en weer en van achter naar voren en terug op grijphoogte met hoorbaar vleugelgeruis de lucht aan het opkloppen waren. Even later hoorden we dat de onzichtbare brandganzen achter onze rug en de dijk het ook op hun heupen kregen. Imposant die massa’s. Je moet maar geluk hebben met Hoogwatertij.

Het Pikgat had naast veel grutto, enkele kuifeendjes, eindelijk wat volume krakeend ook een onwelkome verrassing. De week ervoor nog uitbundig aanwezig konden we nu slechts één twijfelgeval vaststellen van de kemphaan. De hoofdmacht was natuurlijk alweer noordwaarts. Makkumerwaard (Friesland) gezellig met duizenden naast elkaar staan hoort ook bij hun festivalrituelen.

Nog even Gasthuis Bevang voor onze eerste torenvalk en onder zachte dwang van een dunne motregen togen we huiswaarts met een korte stop bij de Grevellingendam voor de flamingo’s. Die hadden onze komst ook niet afgewacht. Zo houden we kleine wensen over.