Excursie Fochteloërveen 19 juni 2022 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

©GMD

Wespendief

Zondag 19 juni bracht Utrecht-stad een bezoekje aan het Fochteloërveen. Hoewel het een dag eerder schitterend weer was geweest, was het in de avond en nacht fors afgekoeld en was er een gebied met buien het land binnen getrokken. De vraag was hoe dit zou uitpakken voor onze excursie, waar we naast een aantal vogels als doelsoorten, ook op zoek wilden naar enkele zeldzame vlinders.

Met een groep van 5 deelnemers bereikten we rond half 9 het gebied. Het begon goed, de eerste vogel die over ons heen vloog was een Wespendief. We wandelden langs een pad met aan de ene kant bos en aan de andere kant het open terrein. We zagen een Geelgors en hoorden een Sprinkhaanzanger. In een bosje vonden we een hele familie Grauwe Vliegenvangers: niet zeldzaam maar ook weer niet zo makkelijk mooi in beeld te krijgen. Iets verderop vonden we de eerste Grauwe Klauwier, waarna er nog twee volgden.
Lees hier het hele verslag.

Uilen hebben moeilijk jaar door tegenvallende muizenstand

Van de site van Nature Today

©GMD

Steenuil

2022 lijkt een uitzonderlijk jaar voor veel roofvogels en uilen te worden, maar niet in de positieve zin. Uit het veld komen steeds meer berichten binnen over een tegenvallend broedseizoen van muizenetende vogels. Wat is er aan de hand met de muizenstand en wat is de invloed hiervan op onze roofvogels en uilen?
De landelijke steenuilenwerkgroep STONE onderzoekt jaarlijks uitgebreid de broedbiologie van steenuilen. Uit prooionderzoek in de Zuidoost-Achterhoek blijkt nu al dat de uilen moeite hebben om veld- en bosmuizen, belangrijk stapelvoedsel voor de jongen, te vinden. Kleine slag om de arm: nog niet van alle broedsels is er informatie uit de jongenfase. Er worden veel meer spitsmuizen tussen de prooiresten gevonden dan normaal, terwijl deze normaliter niet populair zijn bij steenuilen. Ook zijn er meer kleine zangvogels de dupe. Uit de ongewone prooiverhoudingen blijkt dat steenuilen hun best doen om het tekort aan muizen te compenseren. Ondanks deze dieetaanpassing is het moeilijk om voldoende voedsel te vinden. De legselgrootte in het onderzoeksgebied in de Zuidoost-Achterhoek is met circa 3,5 eieren per legsel historisch laag en er worden relatief veel dode jongen gevonden. Waar na een mislukt legsel in andere jaren nog wel eens een vervolglegsel wordt geprobeerd, wijzen de eerste signalen er dit jaar op dat de uilen zich daar niet vaak aan wagen.
Lees hier het hele artikel.

Misère bij de Pimpelmees

Van de site van SOVON

©GMD

Pimpelmees

Bijna iedereen heeft wel een nestkastje in de tuin hangen. Als je goed kijkt, ook ín de kast, valt het op dat een legsel grootbrengen helemaal zo makkelijk niet is. Onderzoekers en vogelaars van het netwerk NESTKAST kunnen daarover meepraten. Ze controleerden vorig jaar ruim 16.500 legsels in nestkasten in Nederland en Vlaanderen. Deze week verscheen het jaarverslag over 2021 met de resultaten van hun inspanningen. Het blijkt een heel slecht broedjaar te zijn geweest.
Omdat met name april en mei vorig jaar veel te koud en te nat waren, begonnen veel soorten laat met het leggen van hun eerste eieren. Ook stopten ze vaker dan anders met de eileg of met broeden. Bij slecht weer kunnen sommige vogels het broeden vertragen door minder lang op de eieren te zitten. Dan komen de jongen ook wat later uit. In 2021 vertraagden ze dat, op 2016 na, het vaakste in de meetreeks van de laatste 15 jaar. Maar het mocht niet baten. Uiteindelijk werden veel nesten verlaten of overgenomen. De legsels waren ook kleiner dan normaal en zelfs daarvan gingen er nog veel jongen dood van honger en kou. Dat resulteerde in slechte broedresultaten. Mezen begonnen nog wel vaker dan gemiddeld met een tweede broedsel, maar ook daarvan was het broedsucces heel klein.
Lees hier het hele artikel.

Excursie Bargerveen 15-05 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

©GMD

Gekraagde Roodstaart

Op zondag 15 mei bracht afdeling Utrecht-stad een bezoek aan een zonovergoten Bargerveen. Oud-Utrechter Erik Wouda nam ons mee naar dit gebied, waar hij goed bekend is. Na een lang en vroeg ritje noordwaarts starten we om 8.30 met de excursie met een groep van 12 mensen.
Langs de randen van de parkeerplaats bekeken we een aantal juffertjes, om daar al direct enkele Maanwaterjuffers tussen te ontdekken. Ondertussen zong een Spotvogel en hoorden we Tuinfluiters. We liepen het gebied in en hoorden al snel enkele Wielewalen en Boompiepers. De Wielewaal wilden we wel zien, maar behalve enkele vluchtmomenten lukte dit niet goed. Wel kregen we een fraaie Gekraagde Roodstaart in beeld.
Langs de randen van de parkeerplaats bekeken we een aantal juffertjes, om daar al direct enkele Maanwaterjuffers tussen te ontdekken. Ondertussen zong een Spotvogel en hoorden we Tuinfluiters. We liepen het gebied in en hoorden al snel enkele Wielewalen en Boompiepers. De Wielewaal wilden we wel zien, maar behalve enkele vluchtmomenten lukte dit niet goed. Wel kregen we een fraaie Gekraagde Roodstaart in beeld.
Lees hier het hele verslag.

De offers van vogelouders

Van de site van de Vogelbescherming:

©GMD

Koolmees

Van baby tot puber, iedere fase in de opvoeding van een kind vraagt aandacht en hard werken. Voor vogels is dat niet anders. Een paar indrukwekkende, ontroerende of vieze voorbeelden van offers die vogelouders brengen voor hun kroost.
Het voeren van kuikens is geen sinecure. Vogelouders zien er na het broedseizoen dan ook vaak verfomfaaid uit: grauw, met uitstekende plukken en kale plekken. Geen wonder als u weet dat bijvoorbeeld een koolmees zich wel zo’n 400 keer per dag op en neer naar uw nestkast haast en zich door dat invlieggat wurmt met een rups. Hoe meer jongen, hoe vaker. Dat doen ze minstens 18 dagen en dan blijven ze ook nog bijvoeren tot een week of twee nadat de jongen uitvliegen. Vaak volgt een tweede nestje er strak achteraan.
Lees hier het hele artikel.