Arkemheen en Eempolder 9 december 2018 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

Kleine Zwaan

Zondag 9 december wilden we met Utrecht-stad een beetje in de buurt blijven. We waren van plan om een bezoek te brengen aan de Eempolders. Helaas zat het weer  bepaald niet mee, zodat we in de stromende regen vertrokken vanaf Galgewaard. We hadden besloten om te beginnen in Arkemheen, omdat we daar het makkelijkst vanuit de auto’s konden vogelen. We zochten in de polder naar groepen zwanen, maar die lieten zich niet vinden. Uiteindelijk vonden we in een groep Knobbelzwanen nog een solitaire Wilde Zwaan. Ook zaten er flinke groepen Kieviten gemengd met Goudplevieren.

Daar in de buurt was recent een Koereiger gezien, dus daar maar eens heen gereden. Helaas bleek deze niet thuis, wat nu? We besloten, ook omdat het voorzichtig aan iets droger leek te gaan worden, toch maar richting Eempolders te rijden. Ook hier was het lastig vogelen als gevolg van de regen en de flinke wind. Er zaten enkele leuke groepen ganzen, maar dat was het wel. We konden naar een kijkhut lopen, maar de donkere lucht achter ons maakte ons duidelijk dat we de overtocht niet droog zouden halen, dus daar zagen we ook maar van af. Wat wel fraai was, een overvliegend Smelleken, geen alledaagse soort in deze omgeving!
Lees hier het hele verslag.

Klimaatverandering, vogels en andere natuurwaarden

Van de site van SOVON:

Matkop

Dat het klimaat verandert, is wel duidelijk. Evenzo helder is dat er effecten op onze vogelstand aantoonbaar zijn. Andere faunagroepen reageren eveneens, net als de flora – tot op zekere hoogte dan. In een artikel in De Levende Natuur wordt dit besproken.
Eigenlijk geldt voor de onderzochte groepen hetzelfde verhaal. Het aandeel warmteminnende soorten neemt toe, het aandeel koudeminnende soorten neemt af. Daardoor veranderen op den duur complete fauna- en floragemeenschappen. Niet alleen in ons land, maar ook in andere landen.

Leuk of niet?
De opkomst van zuidelijke soorten trekt de aandacht, of het nu om vogels gaat (Bijeneter), dagvlinders (Staartblauwtje), libellen (Zuidelijke Glazenmaker), nachtvlinders (Prachtpurperuiltje) of flora (Bijenorchis). Maar daar staat een hele serie soorten tegenover waarmee het om dezelfde reden – temperatuurstijging en alles wat daarmee samenhangt – allesbehalve goed gaat. Een van de meest prominente vertegenwoordigers in de vogelwereld is vermoedelijk de Matkop. De afname daarvan verloopt zo structureel, en is ook zo grootschalig, dat alleen habitatfactoren onvoldoende verklaring lijken te bieden.
Lees hier het hele artikel.

Populaties van 13 van de 20 stadsvogels afgenomen

Bron: NEM (CBS, Sovon)

Merel

In de periode 1990–2017 zijn de populaties van 13 van de 20 voor de stad kenmerkende broedvogelsoorten juist in het stedelijk gebied in aantal afgenomen. De kuifleeuwerik is als broedvogel zelfs helemaal uit Nederland verdwenen. Alleen van de huiszwaluw neemt sinds 1990 de populatie toe, zowel in de stad als landelijk. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en Sovon.
In 2015 besloeg het stedelijk gebied in ons land 16 procent van het totale landoppervlak. Alle vogelsoorten waarvan meer dan 32 procent van de Nederlandse populatie in de stad broedt, noemen we stadsvogels. Het gaat om 20 vogelsoorten. In de afgelopen 27 jaar zijn de populaties van deze soorten in de stad gemiddeld met meer dan de helft afgenomen.
Lees hier het hele bericht.

Grote Zaagbek: gestroomlijnde jager

Van de site van SOVON.

Grote Zaagbekken

De Grote Zaagbek ligt vaak als een slagschip in het water. Ze zijn dan ook tot de ‘tanden bewapend’ want ze hebben immers een zaagbek waarmee ze vis onder water goed kunnen beetpakken. Met het lange slanke lichaam kunnen ze als een torpedo door het water schieten. Vooral in de wintermaanden, december-maart, is de kans het grootst om de soort in ons land te treffen. De weinige terugmeldingen van geringde vogels duiden op een herkomst uit Fenno-Scandinavië maar vermoedelijk ook uit Rusland.

Verspreiding
De watervogeltelling geeft een goed beeld weer van de verspreiding en aantalsontwikkeling in de belangrijkste gebieden. Een welkome aanvulling daarop is de recent verschenen Vogelatlas (alle kaarten op Vogelatlas.nl) voor de landelijke duiding. Minimaal driekwart van de winterpopulatie is te vinden op het IJsselmeer, met name langs de Friese kust en Afsluitdijk.
Lees hier het hele artikel.

Zuidpier en Kennemerduinen 1 december 2018 – afd. De Bilt-Zeist

Ron Keet schreef:

Drieteenstrandloper

Met 10 personen komen we om 9.00 uur aan bij de Zuidpier van IJmuiden.  De zuidenwind is niet zo hard, maar toch slaan de golven nog stevig tegen  de basaltblokken van de Zuidpier aan. Opnieuw is de pier voor onze eigen veiligheid afgesloten.
We  lopen naar het strand. Wigle telt 140  drieteenstrandlopertjes, die in een mooie lange rij, in hun kenmerkende dribbelende stijl, beschutting bij elkaar zoeken aan de vloedlijn, af en toe opgeschrikt door  een loslopende hond. Tussendoor worden ook nog tientallen scholeksters en diverse meeuwensoorten geteld. Van Wigle horen we dat een zilvermeeuw pas na vier jaar zijn adulte kleed aanneemt, de verschillende jaarstadia van de meeuw zijn waar te nemen. Op zich is dat al een hele studie.

Lees hier het hele verslag.