Excursie Oostvaardersplassen 16-02 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

© GMD

Kleine Zwanen

Op zondag 16 februari bracht afdeling Utrecht-stad een bezoek aan de Oostvaardersplassen. De omstandigheden waaronder de excursie plaatsvond waren bijzonder te noemen: de warmste 16 februari sinds de temperatuurmeting en een extra ongenode gast vandaag, Dennis. Deze opvolger van de vorige week langskomende Ciara zorgde voor flink wat wind en regelmatig neerslag. Gedachten vooraf over dan maar niet gaan waren uiteraard wel door ons hoofd gegaan, maar ja, gaan kun je altijd, en eerder teruggaan ook.
Kortom: met twee auto’s reden we vanochtend weg, uitgezwaaid door onze vaste Slechtvalken op de Galgenwaard-flat. We kozen ervoor eerst in de Flevopolder te zoeken naar Ruigpootbuizerd. Helaas waren er weinig vogels actief met deze stormachtige wind, dus die soort liet zich niet vinden. Wel kwamen we een leuke groep van zo’n 20 Ooievaars tegen. We reden door naar de Praambult, onderweg een Nonnetje in een vaart meepikkend. Op de Praambult konden we enigszins in de luwte zitten en de vlakte overzien. Het was niet ideaal, maar toch vond Guus al gauw een fraaie Zeearend, die ergens op de grond zat. Een Waterpieper vloog over en een enorme groep Brandganzen bevond zich op de vlakte. Omdat het hier toch wel erg winderig was, verplaatsten we ons al vrij snel richting de Kleine Praambult. Onderweg daarheen passeerden we een fraaie Wilde Zwaan in één van de plasjes langs de Praamweg. Vanaf de Kleine Praambult zagen we een mooie groep Kleine Zwanen, Goudplevieren, Pijlstaarten en, erg leuk, de eerste Grutto’s van het jaar.
Lees hier het hele verslag.

Jaar van de Wulp: de balans opgemaakt

Van de site van SOVON:

© GMD

Wulpen in Delta Scvhuitenbeek

Voor Sovon Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland was 2019 het Jaar van de Wulp. De extra aandacht voor de grootste steltloper van Europa leidde vooral tot extra zorgen: de soort verdween uit de meeste natuurgebieden en heeft het ook op het boerenland en de Waddeneilanden moeilijk.
De Wulp kende zijn hoogtijdagen gedurende de jaren zestig en zeventig, maar laat sindsdien een verontrustende neerwaartse trend zien. Op basis van de Vogelatlas spreken we nog van 3900-4800 broedparen in Nederland, maar als de huidige trend zich voortzet zullen er over tien jaar nog geen 3000 meer over zijn.

Verdwenen uit de Hollandse duinen
Meer dan andere steltlopers was de Wulp in het verleden te zien in diverse landschapstypen; duinen, hoogvenen, heide, laagveenmoerassen en weiland. Tot halverwege de jaren 80 was de wulp nog een weliswaar schaarse maar wijd verspreide broedvogel in de Hollandse duinen. Dat landschap veranderde echter drastisch: de vos vestigde zich er eind jaren 60, de recreatiedruk nam toe en mede door de grote hoeveelheid stikstof in onze leefomgeving groeiden onze duingebieden dicht. Daarmee verdween de Wulp voorgoed als broedvogel van de Hollandse duinen.
Lees hier het hele artikel.

Volop vliegende deuren

Van de site van Vogelbescherming Nederland:

 GMD

Zeearend

Er zijn steeds meer broedende zeearenden in Nederland, dus u heeft een steeds grotere kans om deze fenomenale ‘vliegende deuren’ te zien. Lees alles over deze metersgrote roofvogels en waar u ze kunt bekijken.
De deurendichtheid blijft gestaag groeien; het gaat de zeearend bijzonder goed. Na een voorzichtige start in 2006 toen in de Oostvaardersplassen voor het eerst een jong werd geboren, bouwden en bezetten dit jaar maar liefst 14 broedparen een nest. Het merendeel daarvan was succesvol zodat uiteindelijk elf jonge zeearenden vliegvlug werden. Van één naar elf in dertien jaar tijd; een ongekende prestatie!

Al 2,6 miljoen jaar thuis in Nederland

De zeearend is weer thuis. Thuis zoals het hoort. De roofvogel kwam hier al voor in het pleistoceen, het tijdvlak van 2,6 miljoen tot 12.000 jaar geleden, zo weten we uit opgravingen in Tegelen. Het huidige Tegelen lag destijds in een groot, water- en voedselrijk gebied met volop hoge bomen om in te broeden. De zeearend floreerde, ook in de miljoenen jaren daarna. Vernietiging van zijn leefgebied maar zeker ook vervolging en vergiftiging met landbouwgif deden de vogel relatief recentelijk de das om.
Maar hij is terug, vooral dankzij de uitbreiding van de natte gebieden, hét biotoop van de zeearend, de Haliaeetus albicilla. Rust, ruimte en een flinke hoeveelheid vis en watervogels is precies wat deze vogel nodig heeft. Met een spanwijdte van 2 tot 2,5 meter en een gewicht van ruim 3 tot 7,5 kilo is de voedselbehoefte van deze grootste roofvogel van Europa groot.
Lees hier het hele artikel.

22 zeldzame broedvogelsoorten verdwenen uit Oostvaardersplassen

Van de site van Nature Today

© GMD

Veldleeuwerik

Uit een nieuw onderzoek in opdracht van de provincie Flevoland blijkt dat het hoge aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen tot grote ecologische schade heeft geleid. Tussen 1997 en 2016 zijn in het droge deel van het gebied minimaal 22 zeldzame broedvogelsoorten verdwenen. Deze dramatische verarming is een unicum in de geschiedenis van de Nederlandse natuurbescherming.
Volgens de rechter mag het afschot van edelherten in de Oostvaardersplassen nog niet doorgaan. De reden is dat de partijen die om een voorziening hebben gevraagd te weinig tijd hebben gehad om het onderzoeksrapport door te nemen. Vijf ecologen van Wageningen Universiteit, Universiteit Utrecht, Staatsbosbeheer en het onderzoeksbureau Sweco hebben de ecologische effecten van de grote aantallen hoefdieren in de Oostvaardersplassen onderzocht.
De sterk toegenomen aantallen grote grazers hebben het eerder afwisselende en vogelrijke landschap in de randzone omgevormd tot een uitgestrekte en monotone grasvlakte waarin het overgrote deel van de broedvogels is verdwenen. Zelfs typische graslandsoorten als veldleeuwerik, graspieper, gele kwikstaart, watersnip en grutto zijn hier volledig of vrijwel volledig verdwenen.
Lees hier het hele bericht.

Overwinterende ganzen over top heen

Van de site van SOVON:

© GMD

Brandganzen

Het verblijf van overwinterende ganzen in ons land neemt voor het eerst sinds ongeveer een halve eeuw af. Dat blijkt uit de meest recente analyse van tellingen voor Sovon Vogelonderzoek Nederland. De winterpopulaties groeiden in een halve eeuw tijd naar een piek van 2,3 miljoen ganzen. Maar in de afgelopen drie winters is een duidelijke kentering zichtbaar.
Nederland is het belangrijkste ganzenland in Europa. Hun aantallen worden in het winterhalfjaar systematisch geteld door een landelijk netwerk met inzet van honderden vrijwilligers, de watervogeltellers. Deze week publiceert Sovon een samenvattend rapport op basis van deze tellingen. De opvallendste ontwikkeling is de omslag bij arctische ganzensoorten. In de laatste drie winters arriveren Kolganzen en Toendrarietganzen beduidend later in het najaar en blijven de piekaantallen ook bij veel andere ganzensoorten lager dan voorheen. Daardoor valt de optelsom van het aantal verblijvende ganzen per maand in de recente winters lager uit. Tegelijk kampen meerdere soorten met tegenvallende broedresultaten en komen er minder ganzenfamilies met jongen naar het wintergebied.
Lees hier het hele artikel.