Zenderonderzoek vogels zet bescherming in gang

Van de site van de Vogelbescherming:

©Jouke Altenburg

Gezenderde boerenzwaluw

Piepkleine chips of zenders op vogels helpen ons beter begrijpen waar ze uithangen en hoe ze leven. Dat kán belangrijk bijdragen aan een betere bescherming. Hoe? Dat leest u in deze fijne voorbeelden.

Vogels vliegen en dat maakt het moeilijk ze te doorgronden, want waar zijn ze als u ze niet ziet? Zo hadden Europeanen in de Middeleeuwen geen idee waar brandganzen ’s zomers waren. Ze dachten dat de ganzen spontaan groeiden, hangend aan drijvende boomstammen, omhuld door schelpen. ’s Winters kwamen ze dan bij ons aan land.
Inmiddels weten we dat ze uit hun ei kruipen in het hoge noorden (al gebeurt dat ook steeds vaker in Nederland) en dan zuidelijk trekken en níet spontaan ontstaan in zee. En weten we oneindig veel meer over de vogels van de wereld dankzij onderzoek met onder meer zenders en de laatste jaren ook dataloggers. Die reizen mee met vogels en laten zien waar ze zijn (geweest). Vogelonderzoekers leren daarmee over hun gedrag, waar ze leven, wat ze eten en waarheen ze trekken. Kortom: hoe zit hun wereld in elkaar?
De logische vervolgstap is om bij bedreigde soorten ook te kijken: waar gaat het mis en wat kunnen we doen voor hun bescherming? Daarom een verzameling fijne voorbeelden, waarbij het zenderonderzoek daadwerkelijk bijdraagt aan de bescherming van vogels.
Lees hier het hele artikel.

Geluiden uit het veld: dode (jonge) mezen

Van de site van SOVON:
In de afgelopen periode haalde opvallende sterfte onder volwassen Pimpelmezen regelmatig het nieuws, maar recent horen we ook het nodige over sterfte van jonge mezen. Om er een vinger achter te krijgen belden we verschillende onderzoekers.
In 2019 hadden mezen een goed (Koolmees) tot gemiddeld (Pimpelmees) broedsucces (zie dit bericht).  Onderzoekers keken reikhalzend uit naar het nieuwe jaar. De mezen begonnen ditmaal relatief laat met de eileg. Tweede helft mei vlogen de meeste jongen uit.

Variabele berichten

Leo Ballering stelde betrekkelijk veel sterfte onder jonge mezen vast net voor het uitvliegen. Hij had de indruk dat er in zijn omgeving minder rupsen zijn, belangrijkste voedsel voor jonge mezen. Maarten Hageman beaamde dit voor zijn onderzoeksplot bij Wehl, waar het broedsucces wat lager was dan vorig jaar. Op de Veluwe, op armere bodems, stelde hij echter een veel beter broedsucces vast. In de onderzoeksgebieden van Henri Bouwmeester in Twente en op Vlieland was het broedsucces heel goed en waren de jongen prima op gewicht voor het uitvliegen.
Al met al een divers beeld dus. Maarten besluit dat we met het goede jaar 2019 verwend waren en dat dit jaar wellicht weer gemiddeld is.
Lees hier het hele bericht.

Eendenkuikens gezien? We horen het graag.

Van de site van de Vogelbescherming:

© GMD

Wilde Eenden

De wilde eend zit nu volop in de broedperiode. Niet zo verwonderlijk dat het aantal meldingen van eendenkuikens voor het Jaar van de Wilde Eend flink toeneemt. Inmiddels zijn er al meer dan 6.000 waarnemingen doorgegeven. En op dit moment begint een nieuwe piek in de aantallen kuikens, dus telt u mee? Ook de minder bekende krakeend vraagt om uw aandacht.
In het Jaar van de Wilde Eend doen Sovon Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland onderzoek naar de overleving van kuikens. Dat wil zeggen: hoeveel worden er groot? Iedereen kan meedoen aan dit onderzoek door waarnemingen van eendengezinnen door te geven via de website kuikenteller.org. En dat wordt volop gedaan. “Dagelijks komen er rond de 100 meldingen binnen,” zegt Erik Kleyheeg van Sovon die het onderzoek leidt. “In het weekend uiteraard iets meer dan doordeweeks. In totaal zitten we al over de 6.000 waarnemingen.”

Eendengezinnen volgen
Veel mensen zijn nu noodgedwongen meer aan huis gebonden. Maar dat verklaart deels waarom er nu zoveel eendenkuikens zijn gemeld. Want zoals gezegd: iedereen kan meedoen, ook in de directe omgeving. Een blokje om naar het park, of even een frisse neus halen op de fiets door de polder? Bijna overal waar water is zijn eendengezinnen te verwachten.
Lees hier het hele artikel.

Lockdown lijkt geen probleem voor meeuw

Van de site van SOVON:

© GMD

Kleine Mantelmeeuwen

Hebben stadsvogels, zoals de Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Stadsduif last van de coronacrisis? Omdat er minder mensen op straat zijn, is er misschien minder rondslingerend eten beschikbaar voor deze vogels. Op basis van de voorlopige resultaten van de eerste telronde van het Meetnet Urbane Soorten lijkt het wel mee te vallen.

De Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Stadsduif kregen de afgelopen tijd aandacht in de media omdat ze (deels) afhankelijk zijn van ons afval. En daarvan zou minder rondslingeren op straat door de ‘intelligente lockdown’. Binnen het Meetnet Urbane Soorten (MUS) worden de ontwikkelingen van deze vogels in steden en dorpen bijgehouden. De resultaten van de eerste telling, die plaatsvond tussen 1 en 30 april, kunnen al vergeleken worden met die van vorig jaar. De Kleine Mantelmeeuw is in dezelfde aantallen geteld als vorig jaar. De Zilvermeeuw en Stadsduif in iets lagere aantallen. De Zilvermeeuw en Stadsduif nemen echter al jaren af, terwijl de stadse Kleine Mantelmeeuw in aantal toeneemt.
Lees hier het hele artikel.

 

Vogels in tijden van droogte

Van de site van de Vogelbescherming:

© GMD

Oeverloper

Afgelopen week vielen na lange tijd de eerste druppels weer. Een verademing voor de naar water snakkende natuur. De aanhoudende droogte van de afgelopen tijd kwam, helaas, nog het duidelijkst in beeld door diverse natuurbranden. Een flinke dosis hemelwater was dus gewenst. Maar er is wel meer nodig dan wat buien om de droogte het hoofd te bieden. En wat zijn eigenlijk de gevolgen voor vogels?
Dat een brand zoals in de Deurnese Peel, die op moment van schrijven nog altijd nasmeult, funest kan zijn voor individuele diersoorten, behoeft geen uitleg. Maar ook zonder het exces van een brand brengt droogte al behoorlijke problemen mee voor de natuur. Niet in de laatste plaats voor vogels. Het is voornamelijk het gebrek aan voedsel of de aantasting van leefgebied dat vogels bij droogte in een lastig parket brengt. Toch zal de ene vogel eerder problemen ervaren dan de andere.
Lees hier het hele artikel.