Vijftig tinten bruin: herkenning van winterse ganzen

Vogelbescherming Nederland:

Grauwe Gans

In Nederland hebben we het geluk dat hier enkele miljoenen ganzen komen overwinteren. Vanuit hun noordelijke broedgebieden trekken ze hiernaartoe. Een winterse dag vogels kijken is niet compleet zonder grote groepen ganzen. Maar de ‘bruine ganzen’ zijn soms moeilijk uit elkaar te houden. Na het lezen van dit artikel niet meer.Grauwe ganzen zijn vooral lichtbruin, maar bij het strekken komen de grijze vleugels tevoorschijn

Grauwe gans
De bekendste gans in Nederland moet wel de grauwe gans zijn. Ze komen hier het hele jaar voor. Want er zijn niet alleen overwinteraars, er zijn ook behoorlijke aantallen die in Nederland broeden. Die laatste groep blijft hier in de winter en in totaal zijn er dan toch al gauw zo’n half miljoen grauwe ganzen aanwezig. Deze soort is bijna overal te zien waar water en grasland nabij zijn.
Kenmerken: De grauwe gans is van de ‘bruine’ soorten in Nederland de grootste. Grauwe ganzen ogen in zit vrijwel geheel licht grijsbruin – behalve de witte ‘kont’, die alle ganzen gemeen hebben. Maar in vlucht komt daar snel verandering in: de bovenvleugels zijn van een mooie, muisgrijze kleur. En als ze over uw hoofd vliegen vallen de contrastrijke ondervleugels op (effen donker bij de andere soorten). De forse snavel is oranje en de poten zijn roze-achtig. Daarnaast zijn groepen ganzen vrij luidruchtig in vlucht. Grauwe ganzen maken daarbij de bekende gakkende geluiden.
Lees hier het hele artikel.

De kleine bruine ‘muis’ in de boom

Van de site van Vogelbescherming Nederland

Boomkruiper

Een klein, bruin muisje. Daarmee zou je de boomkruiper kunnen vergelijken. Schuw als ie is, schuifelt hij geplakt aan de boom omhoog, op zoek naar kleine insecten en spinnetjes. Maar in de winter laat de boomkruiper zich beter zien. Wie in de buurt wat bomen heeft, kan deze kruiper nu zo maar in de tuin aantreffen.
Wil je een boomkruiper in de tuin zien, dan zijn een paar bomen in de buurt wel een vereiste, hoewel een boomkruiper ook wel tegen muren of over daken klimt. Zelfs in de bomen langs de Amsterdamse grachten zijn boomkruipers te vinden. Goed kijken is wel een vereiste, door de bruine, gevlekte kleur lijken ze soms bijna één met de boom. Met zijn spitse, licht naar beneden gebogen snavel peutert de boomkruiper kleine insecten, torretjes en spinnetjes tussen het loszittende boomschors tevoorschijn.
De boomkruiper begint bijna altijd onderaan de boom en in een spiraal klimt hij langs de stam van de boom omhoog op zoek naar eten. Heel nauwgezet gaat hij te werk. Naar beneden klauteren kan de boomkruiper niet, in tegenstelling tot de flitsende boomklever. Dus vliegt de boomkruiper van de top van de boom naar beneden, naar de volgende boom.
Lees hier het hele bericht.

Opnieuw te weinig jonge Grutto’s groot

Van de site van SOVON:

Ook in 2018 groeiden er onvoldoende jonge Grutto’s op om de populatie in ons land op peil te houden. Dat meldt Vogelbescherming Nederland vandaag op basis van gegevens van afgelopen zomer die Sovon uitwerkte. Het aantal jongen wordt op ruwweg 6500 berekend. Er waren zeker 13.600 jonge Grutto’s nodig zijn om de populatie niet verder te laten krimpen.

Het aantal Grutto’s in ons land daalt al jarenlang. Dat blijkt uit broedvogeltellingen. De voornaamste reden is dat er te weinig jonge Grutto’s groot groeien en vliegvlug worden. Om hun aantal in te schatten worden er sinds 2011 steekproeven gedaan, waarbij het aantal geringde en ongeringde jongen wordt bijgehouden. Sovon maakte opnieuw een schatting op basis van die gegevens. Van de afgelopen acht jaar was dit broedseizoen het op twee na slechtste. Een rapportage volgt binnenkort.
Lees hier het hele artikel.

Arkemheen en Eempolder 9 december 2018 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

Kleine Zwaan

Zondag 9 december wilden we met Utrecht-stad een beetje in de buurt blijven. We waren van plan om een bezoek te brengen aan de Eempolders. Helaas zat het weer  bepaald niet mee, zodat we in de stromende regen vertrokken vanaf Galgewaard. We hadden besloten om te beginnen in Arkemheen, omdat we daar het makkelijkst vanuit de auto’s konden vogelen. We zochten in de polder naar groepen zwanen, maar die lieten zich niet vinden. Uiteindelijk vonden we in een groep Knobbelzwanen nog een solitaire Wilde Zwaan. Ook zaten er flinke groepen Kieviten gemengd met Goudplevieren.

Daar in de buurt was recent een Koereiger gezien, dus daar maar eens heen gereden. Helaas bleek deze niet thuis, wat nu? We besloten, ook omdat het voorzichtig aan iets droger leek te gaan worden, toch maar richting Eempolders te rijden. Ook hier was het lastig vogelen als gevolg van de regen en de flinke wind. Er zaten enkele leuke groepen ganzen, maar dat was het wel. We konden naar een kijkhut lopen, maar de donkere lucht achter ons maakte ons duidelijk dat we de overtocht niet droog zouden halen, dus daar zagen we ook maar van af. Wat wel fraai was, een overvliegend Smelleken, geen alledaagse soort in deze omgeving!
Lees hier het hele verslag.

Klimaatverandering, vogels en andere natuurwaarden

Van de site van SOVON:

Matkop

Dat het klimaat verandert, is wel duidelijk. Evenzo helder is dat er effecten op onze vogelstand aantoonbaar zijn. Andere faunagroepen reageren eveneens, net als de flora – tot op zekere hoogte dan. In een artikel in De Levende Natuur wordt dit besproken.
Eigenlijk geldt voor de onderzochte groepen hetzelfde verhaal. Het aandeel warmteminnende soorten neemt toe, het aandeel koudeminnende soorten neemt af. Daardoor veranderen op den duur complete fauna- en floragemeenschappen. Niet alleen in ons land, maar ook in andere landen.

Leuk of niet?
De opkomst van zuidelijke soorten trekt de aandacht, of het nu om vogels gaat (Bijeneter), dagvlinders (Staartblauwtje), libellen (Zuidelijke Glazenmaker), nachtvlinders (Prachtpurperuiltje) of flora (Bijenorchis). Maar daar staat een hele serie soorten tegenover waarmee het om dezelfde reden – temperatuurstijging en alles wat daarmee samenhangt – allesbehalve goed gaat. Een van de meest prominente vertegenwoordigers in de vogelwereld is vermoedelijk de Matkop. De afname daarvan verloopt zo structureel, en is ook zo grootschalig, dat alleen habitatfactoren onvoldoende verklaring lijken te bieden.
Lees hier het hele artikel.