Bijzonder jaar voor Wilde Eend

Van de site van SOVON:

© GMD

Wilde Eenden

Het broedseizoen van de Wilde Eend is tot een eind gekomen. Meer dan duizend vrijwilligers hebben waarnemingen van eendenkuikens doorgegeven tijdens het kuikentelproject in het Jaar van de Wilde Eend. Tijd voor een eerste impressie. Hoe is het broedseizoen verlopen?
Weer even terug naar waar het allemaal mee begon. De Wilde Eend kreeg zijn eigen jaar omdat in de afgelopen 25 jaar een derde van de populatie verdween uit Nederland. De kuikenstudie van dit jaar moet belangrijke informatie opleveren over de oorzaak hiervan. Uit eerder onderzoek in 2015 bleek al dat de kuikenoverleving bepalend zou kunnen zijn voor de achteruitgang van de Wilde Eend. Om te weten of dat werkelijk zo is, zijn dit jaar in heel Nederland de eendenkuikens geteld.
Lees hier het hele bericht.

Excursie Biesbosch 20-09 – afd. Utrecht-stad

Jeroen Steenbergen schreef:

© GMD

Visarenden

Zondag 20 september bracht Utrecht-stad met een groep van 13 deelnemers een bezoek aan de Biesbosch. De ochtend begon fris, waarna het langzaam opwarmde tot een aangename zomerse warmte.
We begonnen bij de Noordwaard, waar we op de slikken een tweetal Zilverplevieren vonden. Ook liepen hier enkele Kemphanen en bevonden zich er vooral veel eenden zoals Smienten en Krakeenden. In een kreekje liep een Kleine Zilverreiger. Grote Zilverreigers waren talrijker.
Bij polder Hardenhoek maakten we een wandeling met zicht op de slikken. Hier veel steltlopers, waaronder enorm veel Watersnippen. Ook hier weer Kemphanen, enkele Bonte Strandlopers en een flinke groep van ruim 40 Casarca’s. In de verte ontdekten we de eerste Visarend, waarbij het wachten was of, of wanneer, de vogel dichterbij zou komen. Erg dichtbij kwam die niet, maar we kregen ‘m toch fraai in beeld. Op een gegeven moment vloog er ook een tweede exemplaar bij.
Lees hier het hele verslag.

De gouden eeuw van het vogelonderzoek

Van de site van de Vogelbescherming:

Ringen van een Zeearend

Het Vogeltrekstation bestaat sinds 1958. Lang bekend onder de naam Vogeltrekstation Arnhem heet het nu officieel Centrum voor vogeltrek en -demografie en is het onderdeel van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Het Vogeltrekstation richt zich nu op onderzoek naar de hele levenscyclus van vogels. Daar hoort naast trekgedrag, ook broedsucces, overleving en sterfte bij, met een mooi woord: demografie. Met het lanceren van een digitale Vogeltrekatlas is het Vogeltrekstation erin geslaagd om de goudmijn aan miljoenen ringgegevens die in de afgelopen eeuw zijn verzameld, toegankelijk te maken voor een breed publiek. Een mooie aanleiding om eens te gaan praten op het Vogeltrekstation in Wageningen.
Op een drukke vogeltrekdag in oktober, terwijl de mezen en lijsters ons om de oren vliegen, kom ik tegelijkertijd met de directeur van het Vogeltrekstation aan in Wageningen. Henk van der Jeugd (1966) ziet er niet uit als een typische directeur. Het is zijn vrije dag en hij komt in een vogelaarskloffie op de fiets naar kantoor om mij te woord te staan. Nee, hij komt niet van de ringbaan, zegt hij lachend, maar dat had inderdaad wél zomaar gekund. Want dichtbij ringt hij regelmatig vogels op een zogenaamde CES-locatie, waarbij CES staat voor Constant Effort Site. Op de tientallen CES-locaties in ons land worden vogels gevangen en geringd op een gestandaardiseerde wijze, met het doel om meer te weten te komen over vooral broedsucces en overleving van onze gewone zangvogels. In het kloppend hart van het Vogeltrekstation, een modern en prettig kantoor met veel hout en grote ramen, raken we al snel in gesprek over onze gedeelde passie: vogeltrek en – onderzoek.
Lees hier het hele artikel.

Broedpopulatie Visarend groeit

Van de site van SOVON:

© GMD

Visarend

In 2020 waren de drie paar in de Biesbosch broedende Visarenden bijzonder succesvol. Elk paar bracht drie jongen groot. Een vierde stel bouwde twee nesten, maar deed nog geen broedpoging. In vijf jaar tijd zijn er al twintig jongen grootgebracht in het gebied.
In 2016 vestigde het eerste broedpaar zich in de Brabantse Biesbosch. Het bracht één jong groot op een fors nest in een dode boom. Enthousiasme alom onder vogelaars, want een langverwachte roofvogel vestigde zich eindelijk in Nederland. Bijzonder was dat wel. De dichtstbijzijnde broedplekken lagen immers op meer dan driehonderd kilometer afstand in Duitsland, Frankrijk en Engeland. De meeste Visarenden kiezen een nestplek die niet zo ver van hun geboorteplek ligt. Deze vogels waren avonturiers; kennelijk werden ze verleid door het flinke oppervlak aan viswater en de overdaad aan nestplekken in de vorm van dode bomen, maar ook hoogspanningsmasten.
Lees hier het hele artikel.

Drie maal bijzondere akkernatuur

Van de site van Nature Today:

©GMD

Roodborsttapuit

Vogelbescherming werkt mee aan PARTRIDGE: een internationaal project dat met goede voorbeelden laat zien hoe de biodiversiteit op het boerenland kan toenemen. Zodat ‘bijzondere waarnemingen’ weer ‘gewone akkernatuur’ worden. Drie favoriete soorten die ervan profiteren op een rijtje.
Het krioelt van het leven op het akkerland van PARTRIDGE. Dankzij dit project zijn er in vijf Europese landen tien voorbeeldgebieden ingericht. Op deze stukken boerenland van vijfhonderd hectare is het optimaal leven voor de patrijs, maar óók voor andere vogels, zoogdieren en insecten. Het doel van het project is dan ook om de biodiversiteit met dertig procent te laten toenemen. Wat nu nog ‘bijzondere’ waarnemingen zijn, kan via PARTRIDGE straks weer ‘gewone’ akkernatuur worden!
Lees hier het hele bericht.