Tapuit in Nederland veert weer licht op

Van de site van SOVON:

©GMD

Tapuit

De Tapuit in Nederland heeft enkele succesvolle broedseizoenen achter de rug. Dit is goed nieuws, want de aantallen Tapuiten nemen al decennia af en deze trend lijkt nu te stoppen. Stabiele zomers, met droogte en warmte gedurende de broedseizoenen 2018, 2019 en 2020 spelen vermoedelijk een positieve rol. Maar ook intensief beschermingswerk werpt zijn vruchten af. Tot was er in 2021 ook enige tegenslag door weinig terugkerende vrouwtjes uit de overwinteringsgebieden en toegenomen vergrassing door het vochtige voorjaar.
De Tapuit is al een hele tijd een zorgenkindje. We noemen de getallen nog maar even: een afname van duizenden broedparen in de jaren zeventig (en nog véél meer daarvoor), tot slechts 210 tot 250 paar in 2013, een dieptepunt. De verspreiding is tegenwoordig nagenoeg geslonken tot de duinen van de Kop van Noord-Holland, de Waddeneilanden en het Drents-Friese Wold. Ook in de ons omringende landen doet de Tapuit het heel slecht; in Vlaanderen is de soort zelfs al enige tijd verdwenen als broedvogel. Om te voorkomen dat dat ook in Nederland gebeurt, krijgen onderzoek en bescherming van de Tapuit veel aandacht, in gang gezet door Vogelbescherming en Sovon in het Jaar van de Tapuit in 2005.
Lees hier het hele artikel.

Excursie Arkemheen 26-2 – afd. De Bilt-Zeist

Hanneke Lankhof schreef:

©Eugène Jansen

Zwartkopmeeuw

Na 4 maanden gaan we voor het eerst weer als afdeling op pad: een aantal nieuwe gezichten, maar ook een aantal “ouwe” bekenden vormen een groep van 13 vogelaars. In dichte mist komen we op de parkeerplaats bij Stoomgemaal Arkemheen aan, althans we weten dat daar het gebouw van het gemaal moet staan. We worden begroet door het geroep van wulpen en vele ganzen: grauwe, kol-, brand- en grote Canadese ganzen. Gelukkig zit er een rietgors dichtbij onderaan de dijk, die door ons aan alle kanten wordt bewonderd: deze kunnen we tenminste zien. Ondanks de mist lukt het brilduikers en grote zaagbekken op het Nijkerkernauw te onderscheiden. Langzaamaan wordt de lucht blauwer en komt de zon erbij. Tijd om naar de volgende kijkplek, de strekdam in het Nuldernauw, te gaan.

Lees hier het hele verslag.

Buizerd vs. Ruigpootbuizerd

Van de site van de Vogelbescherming:

©GMD

Ruigpootbuizerd

De meeste mensen zien door het jaar heen wel eens een buizerd. De sterk gelijkende ruigpootbuizerd overwintert alleen in Nederland. Gewone buizerds worden geregeld voor ruigpoot uitgemaakt – en omgekeerd, al komt dat minder vaak voor. Vanaf nu hoeft dat niet meer.
De vraag om welke buizerd het gaat, speelt dus vooral in het winterhalfjaar. Overal in Nederland vliegen dan buizerds rond. Onze eigen broedvogels, aangevuld met soortgenoten van elders die hier komen overwinteren. De veel zeldzamere ruigpootbuizerds doen dat ook en bevinden zich van begin oktober tot in april in Nederland, vooral in de noordelijke helft van het land. Ze houden van uitgestrekte, open gebieden. Broeden doen ze in Scandinavië en Rusland.
Bij gelijkende soorten is het altijd een goed idee om u eerst bekend te maken met de algemenere soort. In dit geval dus de buizerd; die is vrijwel overal te zien tijdens een wandeling in het open veld. Mogelijk verwarrend is de grote variatie in verenkleed. Eén van de belangrijkste onderscheidende kenmerken is het staartpatroon van beide soorten. Bij de ruigpootbuizerd is die vrijwel wit met één (vrouwtjes en jonge vogels) of enkele duidelijke zwarte eindbanden (mannetjes). Zo’n contrast komt bij buizerds niet voor.
Jonge en vrouwelijke ruigpootbuizerds hebben daarnaast een opvallende donkere buikvlek en een lichte borst en kop. Als u een combinatie van enkele van deze kenmerken ziet, dan heeft u zeker met een ruigpootbuizerd te maken.
Lees hier het hele artikel.

Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden (Brouwersdam) -afd. Amersfoort – 29-01

Frank Pierik schreef:

©GMD

Middelste Zaagbek

Vol goede moed heeft afdeling Amersfoort vanaf januari tot juli weer iedere maand een excursie ingepland. Dus was het een verademing dat we op 29 januari na vele corona annuleringen weer op pad gingen, met een mooie groep van 12 liefhebbers, waarvan 6 enthousiaste nieuwe leden. Reden voor een voorstelrondje, waarbij ook meteen de wenssoorten (zoals strandleeuwerik) werden opgesomd. Om daarna de binnenhaven van Stellendam in de navigatie in te voeren.
Dat bleek een prima stop voor de eerste steltjes waarvan er nog veel zouden volgen, en de enige bruine kiekendieven van de dag. Vanuit het nabijgelegen vogelobservatorium Tij hoopten we nog de Amerikaanse smient te spotten, maar zowel tegenlicht als harde wind (een storm die aanleiding was voor code geel in de noordelijke provincies) waren een spelbreker. Gelukkig hadden we zowel de middelste als grote zaagbek vol in beeld. De hut is heel fraai, maar zeker met de 1,5 meter regel was het wel even ‘geduldig’ wachten tot iedereen een goed kijkgat had gevonden.
Lees hier het hele verslag.

Waterrallen: gegil vanuit het riet

©GMD

Waterral

Niet veel vogelaars komen oog in oog te staan met de Waterral (Rallus aquaticus). Meestal hoor je deze vogel enkel gillen vanuit de rietlanden of moerassen. Het lijkt er alleen op dat de kans steeds groter is geworden om deze vogel in levende lijve te kunnen zien.
In de eerste resultaten van de Punt Transect Tellingen eind 2021 laat de Waterral een behoorlijke toename zien. Ook blijkt uit de watervogeltellingen dat het aantal Waterrallen in Nederland de afgelopen dertig jaar verdrievoudigd is. Waarom doet de Waterral het steeds beter als wintervogel in Nederland?

Uitblijven van elfstedentocht
Belangrijke overwinteringsgebieden voor de Waterral zijn de kust- en deltagebieden waar de moerasgebieden onder invloed van kwelstroming of zout lang vorstvrij blijven. De afgelopen dertig winters zijn, op een paar uitschieters na, niet van dien aard geweest dat de Waterral alleen tot deze gebieden veroordeeld zou zijn. Het uitblijven van een Elfstedentocht geeft al aan dat de zachte winters goede overwinteringskansen bieden voor de Waterral.
Lees hier het hele bericht.